Gevoelens: Uiten of Uitleven?
Leestijd: 4 min
Gevoelens: Uiten of Uitleven?
Deze week las ik lezing 190 van het Padwerk. Het gaat over een thema dat me nauw aan het hart ligt, omdat ik hier al heel mijn leven mee worstel. Bij het lezen van enkele uitspraken begon ik (weer) te twijfelen aan het artikel dat ik enkele weken geleden hier plaatste.
Het gaat over deze quotes:
"Je kunt de drempel van je afweer tegen diepe ervaringen die zich in je hebben opgehoopt stelselmatig verlagen; ze worden giftig als ze niet ontladen worden en ze kunnen niet ontladen worden als ze niet zo volledig mogelijk worden gevoeld, gekend, geuit en doorleefd."
"Wanneer de intensiteit en de werkelijkheid van gevoelens niet ten volle worden ervaren, moet de innerlijke levensstroom wel gaan stagneren."
"Dit basiskenmerk van het bestaan – angst – moet aan de oppervlakte kunnen komen. Je moet hem, uiteraard in de juiste omgeving, de vrije loop laten."
"Frustratie op zichzelf is dragelijk als je er helemaal ingaat."
"Elke niet gehuilde traan is een blokkade. Elk ongeuit protest zit nog in je en dat maakt dat je het naar buiten brengt waar het niet op zijn plaats is."
Omdat ze hier suggereren dat je je gevoelens moet voelen, uiten en doorleven, wou ik mijn vorig artikel aanvullen met enkele voorbeelden en wat extra uitleg.
Deze citaten uit Lezing 190 spreken voluit over "uiten": "gevoeld, gekend, geuit en doorleefd", "de vrije loop laten", "elke niet gehuilde traan is een blokkade". Dat lijkt in spanning te staan met "niet uitspelen" (zoals aangehaald in vorig artikel), maar het onderscheid zit niet in het woord uiten — het zit in de vraag: waaraan geef je een uitweg, aan het gevoel of aan de impuls die het gevoel bij je oproept?
Dat is precies de derde weg die ik in het vorige artikel trachtte uit te leggen, maar waarin ik naar mijn gevoel niet volledig slaagde.
Uiten is de energie van het gevoel een kanaal geven, zodat ze kan stromen en zich kan ontladen. Uitleven is de impuls tot daad maken — meestal omdat het gevoel onbewust bleef en je handelen heeft gekaapt. De mooiste sleutel staat in de zin die de laatste quote aanhaalt: "Elk ongeuit protest zit nog in je en dat maakt dat je het naar buiten brengt waar het niet op zijn plaats is." De keuze is dus niet óf het eruit komt (het komt er sowieso uit) maar wáár en hóe.
Onuitgesproken protest lekt naar verkeerde adressen: je bent kortaf tegen je kinderen, sarcastisch tegen je partner, je krijgt hoofdpijn.
Constructief uiten is: het protest bewust een uitweg geven, op een plek waar niemand geraakt wordt, zodat het niet hoeft te lekken.
Enkele voorbeelden:
Angst.
Constructief: laten gebeuren dat je lichaam beeft of trilt, diep zuchten, hardop zeggen "ik ben bang", de adem laten gaan en de angst de vrije loop laten op een veilige plek, zoals de lezing zegt.
Destructief: vluchten in drukte, bevriezen, dwangmatig bezig zijn, jezelf verdoven — dat is de angst niet laten stromen maar haar energie in stilstand of drift omzetten.
Boosheid.
Constructief: tegen een kussen slaan terwijl je erbij blijft (bewust, niet in een roes), stampen met je voeten, in een kussen of in de auto schreeuwen, een woedebrief schrijven die je niet verstuurt, of tegen iemand zeggen: "ik ben woedend", "ik voel me gekwetst".
Destructief: uitvallen, schelden, straffen met stilzwijgen, passief-agressief doen.
Let op het verschil in het lichaam: bij constructief uiten sta jíj in het midden van de energie en kies je de vorm; bij uitleven ben je verdwenen in de reactie.
Verdriet.
Constructief: huilen — letterlijk die niet gehuilde tranen laten komen, alleen of bij iemand die het kan dragen; het verhaal vertellen; een treurig lied zingen.
Destructief: jezelf verdoven — óf, subtieler, eindeloos in het verdriet herkauwen zonder er écht in te zijn; dat is ook een vorm van vermijden, het gevoel als identiteit vasthouden in plaats van het te doorleven.
Frustratie.
"Frustratie op zichzelf is dragelijk als je er helemaal ingaat." Er helemaal ingaan betekent: het ongemak in je lichaam toelaten, stampen, kreunen, zeggen "ik ben gefrustreerd" — zonder het meteen te willen oplossen, weg-eten of iemand de schuld te geven. De frustratie zelf is draaglijk; het ondragelijke is het verzet ertegen.
De leegte onder de snoepdrang — het voorbeeld uit het vorige artikel.
Constructief: de neerslachtigheid toelaten in je lichaam, erbij blijven zitten, schrijven hoe het voelt, huilen als dat opkomt.
Destructief: snoepen, scrollen, grijpen — want dan geef je de impuls een uitweg in plaats van het gevoel.
Wat maakt het constructief — de voorwaarden die je er zelf bij moet houden:
Je blijft erbij aanwezig. Je weet: dit is mijn gevoel, en ik kies de vorm. Zodra je rechtvaardigt ("ik sla dit kussen omdat jij..."), wordt het uitleven.
Het gebeurt in de juiste omgeving: alleen op je kamer, bij een therapeut, bij iemand die het kan dragen. De lezing zegt het zelf: "uiteraard in de juiste omgeving".
Niemand wordt geraakt, ook jijzelf niet. Het is een ontlading, geen boodschap aan iemand.
Het is geen doel maar een doorgang. Het uiten is het voertuig waarmee het gevoel volledig kan stromen, zodat het kan oplossen — daarna komt meestal rust, leegte, soms zelfs lichtheid.
En het mooie is: het uiten vloeit vanzelf voort uit het voelen.
Als je echt in de angst gaat, wil je lichaam beven.
Als je echt in het verdriet gaat, komen de tranen.
Als je echt in de boosheid gaat, wil je hand iets doen — en dan kies je: dit kussen, deze zin, deze brief.
Het voelen wijst zelf de weg; het uiten is de vorm die je eraan geeft.
Lees hier mijn spiekbriefje over de lezing in kwestie.
Infographic
