Wat je niet mag onderdrukken — en ook niet mag volgen
Leestijd: 5 min
In de Padwerk-lezingen staan heel veel prachtige inzichten maar regelmatig duiken er toch vragen op over bepaalde uitspraken die dubbelzinnig lijken. Ik ga een poging wagen om in deze reeks van artikels af en toe zo'n (mogelijke) vraag te beantwoorden.
Quote:
Het is voldoende te zeggen dat je alleen je angsten en spanningen kunt kwijtraken door gevoelens te ervaren en uit te drukken waarvan je dacht dat ze onaanvaardbaar en/of ondragelijk waren en door het vermogen die gevoelens te verdragen en te hanteren.
- uit lezing 193
Vraag:
In deze quote staat naast 'door je gevoelens te ervaren' eveneens 'door je gevoelens uit te drukken'. Er wordt nochtans ook gezegd dat je 'slechte' gevoelens wel moet ervaren maar niet uitspelen. Het lijkt logisch dat je bepaalde gevoelens die anderen zouden kunnen kwetsen zeker niet mag uitspelen maar als je bepaalde impulsen hebt omdat je nu eenmaal niet perfect bent, is het dan beter om deze daadwerkelijk uit te drukken of net niet?
Als je bvb de drang hebt om te snoepen de hele avond omdat je je teneergeslagen voelt terwijl je eigenlijk gewicht wilt kwijtspelen, geef je daar dan best aan toe omdat je weet dat weerstand tegen jezelf niet goed is en ook een stagnerende werking in energie heeft of probeer je daar toch aan te weerstaan omdat je weet dat je daar morgen spijt van gaat hebben met alle negatieve gevolgen vandien?
Het antwoord op deze vraag ligt in een subtiel maar cruciaal onderscheid dat de Padwerk-lezingen zelf ook heel helder maken.
Het onderscheid: ervaren/uitdrukken ≠ uitleven/uitspelen
Het klopt dat er een spanning lijkt te zitten in de quote. Maar de sleutel zit in wat het Padwerk precies bedoelt met "uitdrukken." In diezelfde Lezing 193 staat namelijk ook een andere quote die het onderscheid helder maakt:
"Destructieve gevoelens kunnen beslist op een constructieve manier worden uitgedrukt. Als je dat niet doet, gaan negatieve, pijnlijke gevoelens stagneren op een onbewust niveau... Dit heeft onvermijdelijk tot gevolg dat je dergelijke gevoelens indirect en destructief gaat uitleven, een proces waarvan je je meestal totaal niet bewust bent."
Hier ligt de kern van het antwoord. Het Padwerk stelt je niet voor de keuze: óf onderdrukken, óf uitleven. Het stelt je voor een derde weg: bewust, constructief uitdrukken. En die derde weg is wezenlijk anders dan wat in de vraag "uitspelen" genoemd wordt.
In Lezing 166 wordt het nog explicieter:
"Natuurlijk betekent dit alles niet dat je je destructiviteit nu maar moet afreageren, maar dat je kiest hoe je die tot uitdrukking wilt brengen op een manier die niemand enige schade berokkent, ook jezelf niet, omdat je je voortdurend bewust bent van de irrationele en destructieve aard van datgene wat je naar buiten brengt, zonder dit voor jezelf te willen rechtvaardigen."
En in Lezing 134:
"Toegeven, erkennen, onder ogen zien van een emotie, hoe ongewenst ook, kan het zelf noch anderen ooit schaden en laat die emotie tenslotte oplossen. Het door elkaar halen van de impuls met de daad en daardoor het ontkennen van beide brengt het zelf enorm in verwarring."
Hieruit destilleer ik drie lagen van onderscheid die de vraag beantwoorden:
1. De impuls erkennen ≠ de impuls uitvoeren
Het voelen van de drang om te snoepen, het erkennen dat die drang er is, het benoemen ervan — dát is ervaren. Het is het bewustzijnslicht laten schijnen op wat er in je leeft. Daar is niets mis mee; het is zelfs noodzakelijk. Maar die impuls blindelings volgen en de hele avond gaan snoepen — dát is uitleven. Het Padwerk maakt een helder onderscheid: de impuls voelen en erkennen is veilig en bevrijdend; de impuls tot daad maken zonder bewuste keuze is iets anders.
2. Het gevoel ónder de impuls ervaren
In het voorbeeld — je voelt je teneergeslagen en krijgt de drang om te snoepen — is het snoepen zelf waarschijnlijk niet het "gevoel dat ervaren moet worden." Het snoepen is een buffer, een manier om het echte gevoel (de neerslachtigheid, de leegte, de frustratie) níét te hoeven voelen. Het is een verdovingsmechanisme. Toegeven aan het snoepen is dus, paradoxaal genoeg, een manier om het voelen te vermijden, niet om het te ervaren.
De Padwerk-weg zou hier zijn: stop even, erken de impuls ("ik wil nu heel graag snoepen"), maar handel er niet meteen naar. Vraag jezelf dan: wat voel ik eigenlijk? Wat zit er onder die drang? Kun je de neerslachtigheid zelf toelaten — de zwaarte, de leegte, de pijn — zonder die meteen weg te eten? Dat is het "vermogen die gevoelens te verdragen en te hanteren" waar Lezing 193 over spreekt.
3. De paradox van de wil
Lezing 193 beschrijft dat de wil op twee manieren uit balans kan zijn:
"Waar de wil actief zou moeten zijn, is hij vaak krachteloos en stagnerend. Waar hij ontvankelijk en passief zou moeten zijn, is hij gespannen, geforceerd en actief."
Toegepast op het voorbeeld: de wil moet actief zijn in het besluit om het onderliggende gevoel te durven voelen ("ik kies ervoor deze neerslachtigheid toe te laten"), en tegelijk ontvankelijk en passief in het laten stromen van dat gevoel, zonder het meteen te willen wegwerken met eten. De weerstand die stagnatie veroorzaakt is niet de weerstand tegen het snoepen zelf — het is de weerstand tegen het voelen van de pijn die onder het snoepen ligt.
Concreet voor het voorbeeld
Het Padwerk zou dus niet zeggen: "Geef toe aan het snoepen, want weerstand is slecht." En het zou ook niet zeggen: "Verbied jezelf te snoepen met pure wilskracht." Het zou zeggen:
Erken de drang om te snoepen zonder jezelf ervoor te veroordelen. Dit is je masker noch je lagere zelf — het is gewoon wat er nu in je leeft.
Voel wat eronder zit — de neerslachtigheid, de leegte, de frustratie. Laat die gevoelens toe in je lichaam. Verdraag ze, al is het maar een paar minuten.
Kies dan bewust. Misschien snoep je toch iets, maar dan vanuit bewustzijn, niet als een robotachtige reactie. Misschien ontdek je dat de drang afneemt zodra het onderliggende gevoel echt gevoeld is. Misschien vind je een constructieve uitdrukking voor wat je voelt — schrijven, bewegen, huilen, tegen iemand zeggen hoe je je voelt.
Observeer wat er gebeurt. Je leven liegt niet — het laat je precies zien wat er in je omgaat. Als je merkt dat je toch steeds weer in hetzelfde patroon vervalt, dan is dat geen falen maar informatie: er is een diepere laag die nog niet volledig ervaren is.
De kern in één zin
Alles wat destructief in je is, komt volgens het Padwerk voort uit afweer tegen het ervaren van pijnlijke gevoelens. Het snoepen is niet het probleem — het is een symptoom van het niet willen voelen van iets anders. De weerstand die je moet loslaten is niet de weerstand tegen het snoepen, maar de weerstand tegen de neerslachtigheid. Als je die durft te voelen, verliest de drang om te snoepen zijn greep op jou — niet omdat je hem onderdrukt, maar omdat hij zijn functie als verdoving verliest.
Infographic
