Wegwijzer

Padwerk: Lezing-083 - Het geïdealiseerde zelfbeeld

Leestijd 7 min


Dit is een 'spiekbriefje' van lezing 83


Highlights & Notes

Als je je strijd omtrent dualiteit niet volledig begrijpt, kun je het tot stand komen en de betekenis van het geïdealiseerde zelfbeeld niet echt begrijpen.

Ik zal nu de belangrijkste tegenmaatregel bespreken waar de mens op terugvalt, in de veronderstelling dat hij ongeluk, pijn en dood kan omzeilen terwijl hij zich niet realiseert dat hij hiermee niets omzeilt maar juist datgene teweeg brengt wat hij het meest vreest en bestrijdt. Uit deze algemeen voorkomende poging om je te beschermen ontstaat het geïdealiseerde zelfbeeld.

In elk geval zijn ongelukkig zijn en gebrek aan zelfvertrouwen onderling verbonden. De functie van het ideaalbeeld is dan ook het opvijzelen van het gebrek aan zelfvertrouwen.

Maar aangezien het zelfvertrouwen dat vanuit het ideaalbeeld van jezelf is opgebouwd, ‘kunstmatig’ en onecht is, kan het resultaat onmogelijk zijn wat je ervan verwachtte. Eigenlijk is het gevolg volkomen tegengesteld en teleurstellend, omdat oorzaak en gevolg niet meer duidelijk voor je zijn.

Het oplossen van het ideaalbeeld van jezelf is de enige manier om je ware zelf, sereniteit en zelfrespect te vinden en je leven ten volle te leven. Ik heb vroeger soms de term ‘masker’ gebruikt. Het masker en het ideaalbeeld zijn eigenlijk hetzelfde. Het ideaalbeeld maskeert het ware zelf. Het pretendeert iets te zijn wat je niet bent.

Ongeacht je persoonlijke omstandigheden werd je als kind geïndoctrineerd met vermaningen om toch vooral goed, heilig en volmaakt te zijn. Als je dat niet was, werd je vaak op de een of andere manier gestraft. Misschien was de ergste straf dat je ouders je hun genegenheid onthielden, dat ze boos waren en je de indruk kreeg dat ze niet meer van je hielden. Geen wonder dat ‘stout zijn’ met bestraffing en ongelukkig zijn geassocieerd werd en ‘braaf zijn’ met beloning en geluk. Daarom werd het absoluut noodzakelijk voor je om ‘volmaakt’ en ‘goed’ te zijn. Het werd letterlijk een zaak van leven of dood voor je. Daarentegen wist je heel goed dat je niet zo goed en volmaakt was als de wereld van je scheen te verwachten. Deze waarheid moest je als een schuldig geheim verbergen en je begon een vals zelf op te bouwen. Dat was, dacht je, je bescherming en een manier om te bereiken wat je wanhopig verlangde: leven, geluk, veiligheid, zelfvertrouwen.

Je voelt je voortdurend schuldig omdat je iets pretendeert dat je niet bent. Je spant je steeds harder in om dit valse zelf, dit geïdealiseerde zelf, te worden.

Het ideaalbeeld schrijft inderdaad meestal hoge morele normen voor en maakt het daardoor des te moeilijker de geldigheid ervan in twijfel te trekken.

Dergelijke overwegingen maken het moeilijk om de dwangmatige houding te ontdekken die de huidige onvolmaaktheid buiten wil sluiten, de trots, het gebrek aan nederigheid, waarin je jezelf niet kunt accepteren zoals je nu bent, en bovenal het ‘doen alsof’ met de daaruit voortvloeiende schaamte, angst om door de mand te vallen, geheimhouding, spanning, schuld en angst.

Maar er zijn ook facetten van je ideaalbeeld, afhankelijk van de persoonlijkheid, levensomstandigheden en vroegste invloeden, die niet goed zijn, die ethisch niet verdedigd kunnen worden.

In de meeste gevallen bestaat er een combinatie van deze twee neigingen:

Aangezien je aan de normen en eisen van je ideaalbeeld onmogelijk kunt voldoen maar het toch nooit opgeeft om het te proberen, cultiveer je in jezelf een tirannie van de ergste soort. Maar omdat jullie niet inzien dat je nooit zo volmaakt kunt zijn als je ideaalbeeld eist, houd je nooit op jezelf te kastijden en je een totale mislukking te voelen, wanneer weer bewezen wordt dat je het niet kunt. Een gevoel van waardeloosheid overvalt je wanneer je niet aan deze fantastische eisen kunt voldoen en overspoeld wordt door ellende. Soms is die ellende bewust, maar meestal is dat niet zo.

En wanneer je probeert je reacties op je eigen ‘mislukking’ te verbergen, neem je bijzondere maatregelen om je er niet bewust van te worden. Een van de meest voorkomende kunstgrepen is projectie op de buitenwereld, op anderen, op het leven.

Hoe meer je je met je ideaalbeeld probeert te identificeren, hoe groter de teleurstelling is wanneer het leven je in een situatie brengt waarin je deze maskerade niet meer vol kunt houden. Een persoonlijke crisis is veel vaker hierop gebaseerd dan op uiterlijke moeilijkheden.

Wanneer je echt verlangt om jezelf te verbeteren, accepteer je je persoonlijkheid zoals die nu is.

Dan neem je de volle verantwoordelijkheid voor je verkeerde houding en ben je bereid om de gevolgen te dragen. Als je vanuit je ideaalbeeld handelt ben je daar juist heel bang voor. De verantwoordelijkheid voor je tekortkomingen nemen staat gelijk met te zeggen: 'Ik ben niet mijn geïdealiseerde zelf'.

Een gevoel van mislukking, frustratie en dwang, en ook schuld en schaamte, zijn de duidelijkste tekenen dat je ideaalbeeld aan het werk is.

Het is erg belangrijk om deze vicieuze cirkel te begrijpen. Dat kan pas op het moment dat je je volledig bewust wordt van de slinkse, subtiele en onbewuste manieren waarop dit ideaalbeeld in jouw specifieke geval bestaat. Op welke gebieden manifesteert het zich meestal? Welke oorzaken en gevolgen heeft het?

Ook al stop je er veel aspecten van je werkelijke aard in, toch blijft het een kunstmatige constructie.

De gevoelens van het ware zelf zijn zo volmaakt als je nu bent, meer kunnen ze niet zijn, al naar gelang je omstandigheden. Hoe meer je aan deze levenskern onttrekt om in die zelfgeschapen robot te stoppen, hoe meer je je vervreemdt van je ware zelf en hoe zwakker en armer je wordt.

Voor jou lijkt het een strijd op leven en dood. Je gelooft nog steeds dat je je ideaalbeeld nodig hebt om te leven en gelukkig te zijn. Wanneer je eenmaal begrepen hebt dat dat niet zo is, ben je in staat om de valse verdediging op te geven die het in stand houden en cultiveren van het ideaalbeeld van jezelf noodzakelijk lijkt te maken.

Pas nadat je enige wezenlijke vooruitgang geboekt hebt zul je inzien dat veel van je uiterlijke problemen direct of indirect het gevolg zijn van het conflict tussen je eigen mogelijkheden en de normen van je ideaalbeeld, en hoe je met dit conflict omgaat.

Telkens als je tekort schiet, wat onvermijdelijk is, voel je je zo ongeduldig, zo geërgerd, dat dat ongeduld en die irritatie als een sneeuwbal tot razernij en zelfhaat kunnen aangroeien. Die eigenschappen worden vaak op anderen geprojecteerd omdat het te ondraaglijk is om je bewust te worden van zelfhaat, tenzij je dit hele proces kunt ontsluieren en in het volle licht zien.

Je kunt dit belangrijkste deel van je innerlijk werk niet doen met behulp van een algemeen begrip. Zoals gewoonlijk levert het bekijken van je meest voorkomende dagelijkse reacties de beste resultaten op. Zet dus je zelfonderzoek voort vanuit deze nieuwe overwegingen en wees niet ongeduldig als het tijd en (ontspannen) inspanning kost.

Het verschil tussen je echte en je geïdealiseerde zelf is meestal niet een kwestie van kwantiteit (wat betreft de goed- of slechtheid van een neiging), maar meer van kwaliteit. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke motivatie anders is. Dat is niet zo gemakkelijk in te zien, maar als je de eisen, de tegenstrijdigheden, en de volgorde van oorzaak en gevolg herkent, wordt het verschil in motivatie je geleidelijk duidelijk.

Het ideaalbeeld wil (in overeenstemming met zijn specifieke eisen) nu meteen volmaakt zijn. Het echte zelf weet dat dat niet kan en lijdt hier niet onder. Natuurlijk is je echte zelf niet volmaakt. Het is een combinatie van alles wat je op dit moment bent. Natuurlijk is je fundamentele egocentriciteit er nog. Maar aangezien je dit erkent kun je ermee omgaan. Je kunt leren het te begrijpen, zodat elk nieuw inzicht het kleiner maakt.

Je kunt de weg naar huis hier en nu vinden, terwijl je nog in je lichaam bent. Als je de moed vindt om je ware zelf te worden, ook al lijkt dat heel wat minder dan je ideaalbeeld, zul je ontdekken dat het veel meer is. Dan vind je de vrede van het thuis zijn bij jezelf.

De dualiteit houdt op te bestaan wanneer je jezelf eenmaal accepteert als ten dele hoger en ten dele lager zelf. Deze twee kanten worden geïntegreerd en leven met elkaar in vrede zodra je jezelf met beide accepteert. Pas dan kan de lagere kant zich geleidelijk ontwikkelen en uit zijn verblinding groeien. Maar zolang je jezelf niet verzoent met het feit dat je zowel goed als slecht bent, zolang je je tegen deze ‘slechtheid’ verzet en gelooft dat je die niet mag hebben, blijft de dualiteit bestaan. Door je lagere zelf te accepteren kun je het geleidelijk overwinnen, zoals je ook de dualiteit tussen je hogere en je lagere zelf overwint.

Bepaalde dingen kan men alleen maar leren door er zelf doorheen te gaan. Er zijn andere manieren waardoor men - tenminste theoretisch - door de ervaringen van anderen kan leren als men daarvoor open staat. Maar de ervaring leert ons dat de meeste mensen door hun eigen fouten hun eigen les moeten leren; niet door de fouten die anderen maken en niet door de ervaringen van anderen.

Weet dat theoretisch begrip niet voldoende is. Zolang deze woorden theorie blijven zullen ze niets baten. Als jullie in de aangegeven richting verder gaan en jezelf toestaat je emotionele reacties op dit onderwerp te voelen en te observeren, zullen jullie wezenlijke vooruitgang boeken in je eigen bevrijding, en jezelf vinden in de ware zin van het woord.


Lees de volledige lezing hier


Infographic

Padwerk - Lezing-083 - Het geïdealiseerde zelfbeeld


Dia-presentatie