Wegwijzer

Je moet voelen wat er te voelen valt — maar hoe begin je hieraan?

Leestijd: 5 min


Sommige lezingen van het Padwerk lees je en je herkent ze onmiddellijk als waar. Je zou het namelijk zelf niet beter kunnen zeggen. Lezing 190, over het belang van het ervaren van alle gevoelens en de dynamiek van luiheid, is voor mij zo'n lezing. Maar juist dat herkennen is de valkuil waar de lezing zelf voor waarschuwt. Weten is niet hetzelfde als ervaren — en weten kan zelfs een verdediging worden tegen voelen. Deze blogpost is een poging om uit te leggen waarom, en vooral: hoe je er dan wél aan begint.

Het afval dat je niet voelt

De kern van de lezing is eenvoudig. Gevoelens zijn bewegende energiestromen. Wanneer je een gevoel niet ervaart, begrijpt en uit, stagneert die energie in je zielssubstantie. En gestagneerde energie wordt op den duur giftig afval. De lezing formuleert het zo:

Je hoopt afval met een eigen giftigheid op als je je gevoelens niet voelt. Dat gebeurt ook wanneer je gedachten hebt waarvan je niet weet dat je ze hebt en wanneer je handelt zonder te weten wat je tot je daden aanzet en dan verklaringen voor je handelen verzint.

Daar zat voor mij de kern van het probleem: de gedachten die ik niet weet dat ik ze heb, kan ik niet zomaar vinden door erover na te denken. Je kunt niet denken wat je niet weet. Maar de lezing geeft ook de sleutel: aan elke onbewuste gedachte zit een gevoel vast — en dat gevoel is wél bereikbaar. Je hoeft de gedachten niet te vinden; je hoeft enkel te voelen wat er te voelen valt, en dan komen de gedachten vanzelf mee naar boven.

Luiheid is geen luiheid

Het meest verrassende van de lezing is wat ze over luiheid zegt. Luiheid is geen kwestie van moraal en geen karakterfout die je met goede voornemens wegwerkt. Het is een symptoom: een teken van apathie, stagnatie en verlamming, het gevolg van gestagneerde energie in de zielssubstantie. Wie zich geremd, lui, passief en traag voelt en niets liever wil dan niets doen, heeft een goede aanwijzing dat er gevoelens in hem zijn die een psychische vergiftiging hebben veroorzaakt omdat hij naliet ze te ervaren en te erkennen. En omdat luiheid een bescherming is tegen de beweging die die gevoelens naar boven dreigt te brengen, is het tegelijk gevolg én verdediging. Het helpt niet om iemand "niet tegen het leven opgewassen" of "onvolwassen" te noemen — dat is alleen maar een etiket, een verklaring van een gevolg.

De symptomen reiken veel verder dan luiheid alleen:

En telkens verzinnen we een verklaring: het is de werkdruk, het is het seizoen, het is gewoon pech. Maar de lezing is ondubbelzinnig: je slechte stemmingen overvallen je niet zomaar, en wat het heden ook voortbrengt, het kan dat alleen omdat het verleden nog in je aanwezig is.

Het werkelijke kwaad

Waar komt die weerstand dan vandaan? De lezing gaat dieper dan de vertrouwde uitleg dat we pijnlijke gevoelens uit onze jeugd niet durven voelen. Wanneer je de angst ervaart die aan de oppervlakte wil komen, vind je er twee kenmerken in:

  1. de situaties uit je jeugd die zo pijnlijk waren dat je jezelf ervoor afsloot;

  2. de angst voor de angst — en dit is nog belangrijker en betekenisvoller — de angst om angst te ervaren. Dáár ligt het werkelijke kwaad. Ontkende gevoelens versterken zichzelf: angst die ontkend wordt, schept angst voor de angst; boosheid die ontkend wordt, schept boosheid over het boos zijn. Elke extra laag die zo ontstaat, is kunstmatig en pijnlijker dan het oorspronkelijke gevoel waartegen gevochten wordt. Vechten tegen je gevoelens schept een extra ervaringslaag die van de kern is vervreemd.

De uitweg is paradoxaal: je moet er dóórheen. "De angst is echt een illusie," zegt de lezing aan het slot, "maar je moet er doorheen door hem te voelen."

Hoe begin je er dan aan?

Blijft de vraag waarmee ik bleef zitten: hoe begin je in vredesnaam aan het voelen van gevoelens waarvan je niet eens weet dat je ze hebt? De lezing geeft twee richtingen voor de meditatie, en samen vormen ze een concreet antwoord.

De eerste richting: verbind je ertoe naar binnen te gaan in plaats van om jezelf heen, en spreek dat uit.

"Uitspreken en zeggen dat dit is wat je wilt en wat je van plan bent te doen, moet een nieuwe gesteldheid in je zielssubstantie scheppen. Je vraag om specifieke leiding hiervoor zal onmiddellijk iets van het gestagneerde materiaal losweken."

Het klinkt bijna te simpel, maar het is de kern: het vrijwillige, willende zelf moet eerst zijn rol spelen, pas dan kan het onwillekeurige zelf het overnemen. De lezing noemt deze manier van mediteren de beste en meest effectieve manier om te beginnen.

De tweede richting: vertrouw erop dat naar binnen gaan je niet zal vernietigen. Zonder dat vertrouwen blijf je ineengedoken voor de afgrond staan, in een houding waarin het vrijwel onmogelijk is om te leven en te genieten.

Door de reden van je angst te toetsen, zul je merken dat de ware reden achter de angst vaak schaamte is – samen met haar metgezel trots. Het nemen van de barrière van verwarring, vernedering, schaamte en trots doet de angst meestal oplossen.

En wat die onbekende gedachten betreft: zoek ze niet. Zoek het gevoel. Drie deuren staan altijd open.

Ook het excuus dat je geen tijd of energie hebt om naar de diepten van je gevoelens te gaan, is zo'n signaal: je besteedt die energie toch, alleen aan alles behalve aan jezelf.

Tot slot: de bereidheid. De lezing zegt het in één zin: de mogelijkheid om een gevoel volledig te ervaren is net zo groot als je bereidheid en bereidwilligheid om die ervaring aan te gaan. Ik heb voor mezelf een korte tekst gemaakt die ik elke dag hardop uitspreek, precies zoals de lezing aanraadt: de intentie uitspreken, vragen om leiding, en daarna tien minuten stil zitten en laten komen wat komt. Het is geen techniek; het is een dagelijks hernieuwd ja tegen het voelen.

De kern in één zin

Weten dat je moet voelen is niet genoeg — maar het is wel de drempel, en je kunt hem elke dag opnieuw over. De gedachten die je niet weet dat je ze hebt, hoef je niet te zoeken: ze vinden jou, op het moment dat je stopt met weglopen.

Je gaat nog beter begrijpen wat ik bedoel als je mijn spiekbriefje van lezing 190 leest of, als je wat meer tijd hebt, de volledige lezing.


Extraatje: mijn dagelijkse opzegtekst

Zeg deze tekst dagelijks hardop op, langzaam, op een vast moment van de dag. Zeg hem zoals de lezing het voorschrijft: als een uitspraak van je intentie, niet als een gebed dat je hoopt dat iemand verhoort. Ga daarna tien minuten stil zitten en laat komen wat komt.


Ik wil naar binnen gaan en niet om mijzelf heen.

Ik wil alle gevoelens ervaren die zich in mij hebben opgehoopt — ook de gevoelens die ik nooit heb willen voelen: de angst, de pijn, de woede, de schaamte, de hulpeloosheid.

Ik wil de angst voelen, ook de angst voor de angst. Ik wil mij erin laten zakken in plaats van ervoor weg te lopen.

Ik wil weten wat ik voel, en ik wil voelen wat ik weet.

Ik wil ophouden met verklaringen te verzinnen voor wat ik doe zonder te weten wat mij ertoe aanzet.

Ik wil mij bewust zijn van de manieren waarop ik vermijd, uitstel en voor mij uitschuif — en ik wil mijzelf hierin niet langer voor de gek houden.

Ik wil vertrouwen dat naar binnen gaan mij niet zal vernietigen.

Ik wil alle gevoelens van dit leven volledig doorleven, zodat ik vrij word van het afval dat ik heb opgehoopt — in dit leven en in vorige levens.

Ik vraag om leiding bij dit werk.

Dit is wat ik wil en dit is wat ik van plan ben te doen.


Spreek de laatste regel uit alsof hij je toekomst opent. De lezing zegt: deze uitspraak schept een nieuwe gesteldheid in je zielssubstantie. Daarna hoef je niets meer te doen — alleen stil worden en voelen wat er komt.


Infographic

Je moet voelen wat er te voelen valt — maar hoe begin je hieraan


Dia-presentatie