Emoties als leermeester en belemmering
Leestijd: 5 min
We leven in een cultuur die haar relatie tot emotionaliteit nooit helemaal heeft kunnen uitklaren. Aan de ene kant verheerlijken we intense gevoelens als het bewijs dat iemand écht leeft, écht liefheeft, écht betrokken is. Aan de andere kant weten we dat woede relaties vernielt, dat jaloezie het zicht beneemt, dat de honger naar bevestiging ons eindeloos laat rennen zonder ooit aan te komen. De Deense filosoof Kierkegaard vatte het paradoxaal samen: in de onmiddellijke hartstocht ligt het leven zelf, maar wie erin blijft hangen, verliest zichzelf. We staan zelden stil bij de mogelijkheid dat deze tegenstrijdigheid geen tegenstrijdigheid is, maar een ontwikkelingspatroon: emotionaliteit is in het ene stadium precies wat nodig is en in een later stadium precies wat in de weg staat.
Die gedachte ligt ten grondslag aan een opmerkelijke passage uit Kennis van het Leven van Henry T. Laurency, waarin hij beschrijft wat bevrijding van identificatie met de wereld van emoties inhoudt. De passage verdient een zorgvuldige lezing, niet omdat ze een simpel recept biedt — voel minder en alles komt goed is wel het laatste wat Laurency bedoelt — maar omdat ze een ontwikkelingstekening maakt waarin emotionaliteit haar rechtmatige plaats krijgt: eerst als onmisbare motor, later als overstegen fase.
Het begrip identificatie
Identificatie betekent dat het zelf, de monade, zich vereenzelvigt met de bewustzijnsinhoud van zijn omhulsels. Concreet:
ik ben niet iemand die boosheid ervaart, ik bén mijn boosheid.
Ik heb niet een verlangen dat in mij opkomt, ik bén dat verlangen.
Deze vereenzelviging is geen vergissing van de natuur; ze is juist het mechanisme waarmee het zelf ervaringen opdoet. Je kunt de werkelijkheid van een bepaald bewustzijnsgebied pas kennen wanneer je jezelf er volledig in onderdompelt.
Een kind dat nooit echt verdriet voelt, leert niet wat verlies is.
Wie nooit werkelijk heeft verlangd, ontwikkelt geen verbeeldingskracht.
De identificatie met het lagere is de toegangspoort tot het hogere, en het lagere moet doorleefd zijn voordat het hogere bereikbaar wordt.
Dat is de eerste helft van het verhaal. De tweede helft begint waar identificatie haar houdbaarheidsdatum overschrijdt. Wat ooit diende (een verlangen dat tot handelen aanzette, een emotie die relaties smeedde, een illusie die je op de been hield) wordt op een zeker moment een last. En precies daarover gaat de passage die Laurency wijdt aan de bevrijding van het emotionele.
De beperking van emotionele verlangens
Laurency noemt vijf kenmerken van emotionele verlangens die duidelijk maken waarom ze uiteindelijk beperkend werken.
emotionele verlangens worden sterker door bevrediging. Anders dan fysieke behoeften, die na verzadiging tot rust komen, groeit een emotioneel verlangen juist aan door het te voeden. Wie hunkert naar erkenning en die erkenning krijgt, wil niet minder erkenning — hij wil méér. Het is de logica van de verslaving, niet die van de voeding.
ze kunnen nooit tevreden zijn. Er is geen eindpunt. Elke bevrediging stelt alleen uit, nooit definitief.
ze verblinden het oordeelsvermogen. Een verliefdheid kan je de evidente gebreken van iemand doen negeren; een kwetsuur kan je het zicht ontnemen op wat de ander werkelijk bedoelde; ambitie kan je blind maken voor de prijs die anderen betalen.
ze werken evolutie tegen. Dat is Laurency's meest fundamentele punt. Zodra het zelf in staat is om vanuit een hoger bewustzijn te functioneren, houden de oude emotionele patronen het zelf gevangen in een wereld die het eigenlijk al had moeten verlaten.
ze eisen een onredelijke prijs. De energie die naar het voeden van emotionele complexen gaat, kan niet elders worden ingezet. Elk uur dat je piekert over een oude krenking is een uur dat je niet besteedt aan begrip, aan schepping, aan werkelijke verbinding.
De noodzaak van emotionele verlangens
Dit klinkt als een frontale aanval op het gevoelsleven, en wie de passage te snel leest, kan inderdaad de indruk krijgen dat Laurency pleit voor een soort emotionele ontwapening. Maar dan volgt de zin die alles kantelt: het individu beseft dat deze macht belangrijk is in lagere stadia, waar ze de onwetenden van het leven ertoe verleidt de noodzakelijke ervaringen op te doen en zo de aantrekkingskracht en verbeeldingskracht te ontwikkelen — krachten van het emotioneel bewustzijn.
Hier wordt het perspectief ontwikkelingspsychologisch, of beter: ontwikkelingsesoterisch. Emotionaliteit is niet een fout in het systeem. Ze is de aantrekkingskracht die de nog onervaren mens de wereld in trekt.
De verliefdheid die je naar een ander doet verlangen,
de ambitie die je doet bouwen,
de verontwaardiging die je doet opkomen voor rechtvaardigheid,
het enthousiasme dat je ergens volledig voor laat gaan.
Dat zijn allemaal uitlopers van het emotionele bewustzijn. Zonder die krachten blijft de mens passief, onbewogen, onontwikkeld. De emotionele wereld is het klaslokaal waarin de mens leert wat het betekent om betrokken te zijn, om te willen, om geraakt te worden. En in die zin is emotionaliteit een geschenk.
Bevrijding van emotionele verlangens
Een klaslokaal is echter geen bestemming. Je blijft er niet je hele leven zitten, hoe dierbaar de herinneringen aan die tijd ook zijn. Wanneer het zelf voldoende ervaring heeft opgedaan in de emotionele wereld, begint het te voelen dat er méér is — een manier van kennen, liefhebben en handelen die niet langer afhankelijk is van de golfslag van stemmingen, de heftigheid van verlangens, de verlokking van illusies. Laurency noemt dat bevrijding. Niet omdat het zelf nu kil of onverschillig is geworden, maar omdat het niet langer samenvalt met wat er in zijn emotionele omhulsel gebeurt. Het kan zeggen, zoals hij elders in hetzelfde hoofdstuk schrijft: "Mijn omhullende bewustzijn verlangt hiernaar, maar ik verlang er niet (meer) naar.
Die ene zin is een sleutel. Ze maakt duidelijk dat bevrijding niet het uitroeien van emoties is, maar het verbreken van de identificatie ermee. De emotie mag er zijn, ze mag zich zelfs kenbaar maken — het omhulsel heeft nu eenmaal zijn eigen dynamiek — maar ze heeft niet langer het laatste woord. Het zelf is de dirigent geworden, niet langer het instrument dat door elke voorbijkomende trilling wordt bespeeld.
Die nuance is belangrijk, want het misverstand ligt op de loer. Zodra iemand hoort dat emotionaliteit overstegen moet worden, ontstaat gemakkelijk het beeld van een ascetische, gevoelsarme persoon die zich boven de menselijke warmte verheven waant. Dat is niet wat Laurency beschrijft. In een voorafgaande paragraaf noteert hij dat bevrijding van het fysieke zich uit in vreugde over fysieke onthechting, maar dat dit geenszins betekent dat de mens de wereld veracht die hem de mogelijkheid tot bewustzijnsontwikkeling heeft geboden. Precies hetzelfde geldt voor het emotionele: de wereld van emoties wordt niet veracht. Ze wordt erkend als wat ze was (noodzakelijk, vormend, waardevol) en tegelijk losgelaten als het centrum van waaruit geleefd wordt.
Conclusie
Wat overblijft is een levenshouding die in de ware zin van het woord stoïcijns is — niet de populaire karikatuur van kilte of onderdrukking, maar de innerlijke onthechting die de Stoa werkelijk beoogde. Het is evenmin een romantische overgave aan het gevoel als hoogste waarheid. Het is inderdaad de ware stoïcijnse onverschilligheid die we nastreven: het zelf staat naast zijn emoties, observeert ze, begrijpt waar ze vandaan komen, laat ze toe voor zover ze dienstbaar zijn, maar valt er niet langer mee samen. Zoals een ervaren zeiler de wind gebruikt zonder erdoor te worden omvergeblazen — terwijl hij ooit, als beginneling, juist moest leren vóelen hoe de wind aan het zeil trekt.
Daarmee is de cirkel rond. Emotionaliteit is de wind die de zeiler in beweging brengt. Zonder wind geen vaart, geen ervaring, geen ontdekking van wat de zee te bieden heeft. Maar wie zeiler wil blijven, leert uiteindelijk dat de wind een kracht is om te benutten, niet een meester om te gehoorzamen. Laurency's passage herinnert ons eraan dat beide waar zijn:
zonder de kracht van emotie hadden we nooit leren verlangen, leren liefhebben.
en zonder de bevrijding van diezelfde kracht komen we nooit verder dan het klaslokaal waarin we ooit mochten beginnen.
Infographic
