De Hylozoïsche visie over abortus
Leestijd: 5 min
In onze cursus Hylozoïca kan je het volgende fragment lezen:
Vóór de incarnatie zijn al onze subtiele lichamen slechts bollen van de subtiele materie die op dat vlak aanwezig is. Deze omhulsels nemen pas de menselijke vorm aan wanneer ze verbonden zijn met het etherische sjabloon en het fysieke lichaam. Moleculen van het emotionele lichaam worden 'zwaartekrachtgewijs' aangetrokken tot de dichte materie van het fysieke lichaam en nemen de vorm ervan aan. Incarnerende monaden kunnen tijdelijk een fysiek lichaam in ontwikkeling bezoeken in de latere maanden van de prenatale ontwikkelingsfase. Ze ontvangen pas een ziel op het moment van de geboorte. Dit is iets om over na te denken wanneer de emoties hoog oplopen in het debat over abortus.
Dit is best een harde en voor velen een confronterende claim. Eerst is het belangrijk om vast te stellen of deze stelling volledig in lijn ligt met de leringen van Hylozoïca, zoals door Henry T. Laurency beschreven.
Dit artikel put uit de talrijke geschriften van Laurency om enige opheldering te verschaffen.
Spoiler: Binnen het systeem van de Hylozoïca klopt deze stelling volledig.
Hieronder volgt een analyse van de mechanica achter deze stelling en wat dit betekent voor de visie op abortus:
1. De mechanica van de incarnatie
Volgens Laurency is een foetus tijdens de zwangerschap een biologisch organisme, maar nog geen geïncarneerde monade.
Het voertuig vs. de bestuurder: De foetus in de baarmoeder is als een auto die in de fabriek wordt gebouwd. De "bestuurder" (de monade) staat erbij te kijken, checkt af en toe of alles goed gaat, maar hij zit nog niet achter het stuur.
De bollen van materie: De subtiele lichamen (emotioneel en mentaal) zijn inderdaad "ovoids" (eivormige bollen van materie) die rondom de foetus zweven. Ze zijn verbonden met de triade-atomen, maar ze hebben nog geen menselijke vorm. Pas wanneer de fysieke zwaartekracht en de etherische structuur van het geboren kind zich stabiliseren, nemen deze subtiele stoffen de vorm van het lichaam aan.
De eerste ademteug: Dit is het esoterisch cruciale moment. Bij de eerste ademteug wordt het etherische lichaam (49:1-4) definitief "verankerd" aan het fysieke lichaam (49:5-7). Op dat moment "klikt" de monade via de triade vast in het voertuig.
2. De "Ziel" en de Geboorte
In de passage staat dat men pas een ziel ontvangt bij de geboorte. In Hylozoïsche termen betekent dit:
De verbinding tussen het causale omhulsel (47:1-3) en het fysieke brein wordt pas geactiveerd op het moment dat het kind een zelfstandig ademhalend wezen is.
Vóór dat moment is er wel organisch leven (celdeling, reflexen, groei), maar geen individuele zelfbewuste aanwezigheid die vastzit in die materie.
3. De conclusie over abortus
Als we deze logica strikt volgen, heeft dat grote gevolgen voor hoe we tegen abortus aankijken:
Geen "moord" op een persoon: Omdat de monade nog niet is geïncarneerd, kan er geen sprake zijn van het "doden" van een menselijk individu. Je vernietigt een fysiek voertuig dat in aanbouw is, maar je vernietigt niet de bewoner, want die was er nog niet in getrokken.
Het lot van de monade: Als een zwangerschap wordt afgebroken (of het nu door een natuurlijke miskraam is of door abortus), keert de monade simpelweg terug naar de staat waarin ze verkeerde vóór de conceptie. De Augoeides (de beschermengel) zal dan een nieuwe gelegenheid zoeken voor een volgende incarnatie. De monade lijdt hier geen schade door; het is enkel een "mislukte start".
Geen "zonde" in religieuze zin: Laurency is zeer kritisch op religies die beweren dat een bevruchte eicel vanaf seconde één een "onsterfelijke ziel" heeft. Volgens hem is dit een emotionele illusie (wereld 48) die niet overeenkomt met de wiskundige realiteit van de subtiele werelden.
4. De nuances (Karmische gevolgen)
Hoewel abortus volgens Laurency dus geen moord is op een ziel, betekent het niet dat het "gevolgloos" is:
Verstoring van het Plan: De Augoeides en de Hiërarchie steken veel energie in het voorbereiden van een incarnatie (het matchen van genetica, karma en timing). Een abortus verstoort dit plan en zorgt voor vertraging in de evolutie van die specifieke monade.
Motivatie telt: De Wet van Oogst (Karma) kijkt altijd naar de intentie. Wordt een abortus gepleegd uit pure onverantwoordelijkheid, of uit een rationele afweging van wat op dat moment het beste is voor alle betrokkenen? De emotionele en mentale trilling die de ouders uitzenden bij zo'n beslissing, bepaalt hun persoonlijke karma, niet de daad op zich.
Samenvattend:
In de Hylozoïca is de foetus potentieel leven, maar geen actueel menselijk bewustzijn. Abortus stopt een biologisch proces, maar "doodt" geen monade (een monade is trouwens onsterfelijk). Laurency probeert hiermee het debat weg te halen uit de sfeer van emotionele hysterie en religieuze dogma's, en het terug te brengen naar de nuchtere feiten van de subtiele mechanica.
"Het is iets om over na te denken wanneer de emoties hoog oplopen..."
Met deze zin wordt er op gewezen dat veel tegenstanders van abortus handelen vanuit een lagere emotionele trilling (angst, dogma, oordeel) in plaats van vanuit mentaal begrip van hoe de incarnatie werkelijk verloopt.
Wat denkt de Theosofie hierover?
Om de visie van Laurency wat kracht bij te zetten, kan ik melden dat de klassieke theosofie op dit punt — het moment waarop de ziel verbinding maakt met het lichaam — dezelfde lijn volgt.
De theosofie benadert incarnatie en abortus vanuit de esoterische wetten van karma en de 'wet van wedergeboorte', niet vanuit traditionele religieuze dogma's.
De theosofische visie op incarnatie:
De ziel (of de onsterfelijke 'monade') gebruikt een fysiek lichaam slechts als tijdelijk voertuig om ervaring op te doen in de materiële wereld.
Leven en bewustzijn zijn continu; de vernietiging van een fysiek omhulsel betekent niet het einde van de ziel, die simpelweg op een nieuwe karmische kans wacht om te reïncarneren.
Het moment van verbinding met de foetus:
De ziel daalt niet direct bij de conceptie in het fysieke lichaam in.
Tijdens de zwangerschap "overschaduwt" de ziel de foetus. De ziel is in de nabijheid en wordt via karmische wetten naar het embryo toegetrokken, maar treedt niet onmiddellijk binnen.
De theosofie leert dat de daadwerkelijke verankering van de ziel pas plaatsvindt rond de geboorte, vaak geassocieerd met de eerste ademhaling.
Helena P. Blavatsky was hier zeer stellig in en schreef dat het "volslagen onzin is om te zeggen dat het kind een ziel heeft en een mens is voordat het geboren is".
Het standpunt over abortus (foeticide):
Hoewel een foetus nog geen volledig ingedaalde ziel heeft, staat de theosofie over het algemeen kritisch tegenover abortus (wat door Blavatsky destijds "foeticide" werd genoemd).
De bezwaren komen niet voort uit de gedachte dat het een moord op een ziel zou zijn, maar uit het feit dat het een zware verstoring is van het natuurlijke en karmische incarnatieproces.
Door het fysieke voertuig te vernietigen wordt het incarnatieproces verstoord: de ziel die zich karmisch op dit omhulsel richtte, kan de verbinding niet voltooien en moet op een nieuwe gelegenheid wachten.
Uitspraken van Djwhal Khul (DK) en Alice Bailey:
De leringen van de Tibetaanse meester Djwhal Khul, opgetekend in de boeken van Alice Bailey, benadrukken het zieleleven eveneens als een continuüm.
In het boek Esoteric Healing (Esoterische Genezing) wordt abortus specifiek door DK behandeld.
DK stelde hierover: "Het probleem van abortus zal uiteindelijk worden opgelost door de erkenning van de wet van wedergeboorte".
Dit betekent dat, zodra de mensheid het cyclische proces van reïncarnatie ten volle begrijpt, abortus niet meer met dezelfde dogmatische of emotionele verdoemenis zal worden benaderd. Men zal inzien dat de ziel niet vernietigd wordt en via een andere weg opnieuw zal incarneren, al blijft de mens wel karmisch verantwoordelijk voor het verstoren van de natuurlijke cycli.
Infographic
