Wegwijzer

De conceptie van het juiste (3/3): het middenpad en de twaalf kwaliteiten

Leestijd: 10 min


Dit derde en laatste deel van de lezing over sectie 8 van Kennis van het Leven 1 van Henry T. Laurency verlaat de kritiek en gaat over de praktische kant. De vorige twee delen legden de grondslagen van het juiste bloot en ontleedden de tegenstander: het relativisme, de chaos van het juiste en het moralisme dat daaruit voortkomt.

Wat nu volgt, is de opbouw. Laurency beschrijft waar het middenpad loopt tussen de uitersten, wat gezond verstand en evenwicht betekenen, hoe idealen werken en waarom ze bij het ontwikkelingsniveau moeten aansluiten, wat karakter is en hoe het zich verhoudt tot moraal, en hoe je kinderen iets van het juiste kunt bijbrengen. Het besluit met de twaalf essentiële kwaliteiten die de planetaire hiërarchie zelf als noodzakelijk beschouwt.

Ook hier zijn de aangehaalde passages Laurency's eigen woorden en is de rest verduidelijking.


8.11 Het middenpad

Tegenover de moraal zet Laurency geen losbandigheid maar het middenpad. Zelfs het woord 'ondeugd' is bruikbaar, mits het correct wordt gedefinieerd: alles wat in strijd is met de wetten van het leven is een ondeugd.

Tot deze 'ondeugden' behoort nieuwsgierigheid, omdat die ons recht op een privéleven schendt, beschermd tegen inmenging van anderen.

Dat is een opmerkelijke keuze: nieuwsgierigheid, doorgaans onschuldig geacht, wordt hier als ondeugd gekwalificeerd, niet omdat vragen stellen verkeerd is, maar omdat het de onschendbaarheid van het privéleven aantast. Daarmee sluit deze subsectie aan bij de individuele integriteit uit 8.4.

Deugd definieert hij als het vermogen om het goede te kiezen en de gulden middenweg tussen de uitersten te vinden. Hoe verfijnder het begrip van goed wordt, hoe smaller het pad, totdat het dat messcherpe pad wordt waar de planetaire hiërarchie over spreekt. En er is een eenvoudige aanwijzing dat iemand nog niet zo ver is:

Degenen die spreken over de rechtvaardiging van 'leugentjes om bestwil' bewandelen nog steeds een vrij breed pad. Dit is ook het pad van nieuwsgierigheid en roddel, interesse in de persoonlijke zaken van anderen.

De wetten van het land geven de buitengrenzen aan; die normen worden in een culturele omgeving verfijnd door het instinct van goed, dat zich ontwikkelt tot tact. Wie nog ruimte nodig heeft voor leugentjes om bestwil, staat aan het begin van die verfijning. Het ontwikkelingsniveau blijkt, zoals Laurency eerder zei, duidelijk uit het begrip van wat goed is.

8.12 Gezond verstand en evenwicht

Hier wordt het essay praktisch en nuchter. "U zult uw naaste liefhebben als uzelf, maar niet meer" — extremen zijn in alle handelingen te vermijden. Wie zo helpt dat hijzelf te gronde gaat en een last voor anderen wordt, begaat een vergissing. Geven mag, maar wees selectief, zodat je het kwaad niet aanwakkert. De fout van de christelijke geboden is dat ze geabsolutiseerd zijn en onder alle omstandigheden geldig worden geacht, wat pure waanzin is: het waren aanwijzingen voor wie gezond verstand had verworven, niet voor de onwetenden van het leven.

Iedereen die altijd bereid is alles voor alles op te offeren, is zijn eigen levensdoel uit het oog verloren.

De eisen die anderen stellen zijn maar al te vaak ongegronde inbreuken op het verboden domein, over de grens van het privéleven. Het individu is verplicht zulke schendingen af te weren. Er zijn mensen die altijd partij kiezen tegen zichzelf, tot zelfbeklag toe, gedreven door een verkeerd begrip van plicht. Dat is geen gezond verstand: het is ziekelijk wanneer iemand zich laat opeten door ongedierte in plaats van zich ervan te bevrijden, desnoods door het te doden.

De oorzaak van bijna alle fouten is dan ook niet moreel maar structureel:

Alle fouten zijn uitingen van onevenwichtigheid, en in zekere zin missen we allemaal die noodzakelijke kwaliteit: evenwicht.

Overdreven verlangen naar bezit kweekt afgunst, overdreven verlangen naar genot maakt iemand tot een veelvraat, een dronkaard, een wellusteling, en overdreven verlangen naar mentale sensaties maakt iemand tot een fanaticus. Ascetisme en puritanisme horen in hetzelfde rijtje: ze staan innerlijke vrijheid in de weg en zijn vijandig tegenover het leven.

En dan de conclusie die het hele essay samenvat:

We falen in het leven als we niet begrijpen hoe we 'het kwaad', van lijden en tegenspoed, op de juiste manier kunnen gebruiken.

Kwaad is onvolmaaktheid en het gevolg van onwetendheid en onvermogen. De geschiedenis van de mensheid, net als die van ieder individu, is het verhaal van fouten in het leven. Door ze te maken hebben we geleerd hoe we ze kunnen vermijden. Kwaad is slecht oogsten. Kwaad is slecht zaaien. Wie dat begrijpt, gebruikt tegenspoed in plaats van eronder te bezwijken.

8.13 Idealismen

Idealen zijn geen luxe maar het materiaal van ontwikkeling: het positieve in alle idealen ontdekken is het voornaamste probleem van de levenskunst, en ze allemaal in hun samenhang overzien is het uiteindelijke doel van de menselijke wijsheid. Alle ware idealen kunnen voortkomen uit het streven naar perfectie. Maar tussen het kennen van een ideaal en het realiseren ervan liggen in de regel vele levens.

Het moralisme eist daarentegen overeenstemming tussen leven en leer, en dat is precies wat onmogelijk is:

Als de mens perfect was, zou hij niet hoeven te incarneren.

Die zin maakt de hele morele eis belachelijk. Daar komt bij dat de ernstige fouten ons zijn opgedrongen om ons te leren niet te oordelen (want wie oordeelt, zal zelf geoordeeld worden) en dat we onze eigen fouten niet kunnen zien.

Dat betekent niet dat idealen willekeurig zijn. Ze moeten aansluiten bij het niveau dat iemand heeft bereikt; idealen die een stap boven dat niveau liggen, kunnen worden gerealiseerd als het individu er doelgericht naar streeft. En voor het opnieuw verwerven van wat eerder verworven was, geeft Laurency een opvallend precieze drempel:

Pas wanneer we de eigenschappen voor 75 procent hebben verworven, kunnen we ze min of meer automatisch weer tot leven wekken zodra we hebben ingezien dat ze wenselijk of noodzakelijk zijn.

Dit is een van de weinige plaatsen waar Laurency een concreet getal geeft, en het is meteen een praktische aanwijzing: wat je ooit voor driekwart bezat, komt terug zodra je inziet dat je het nodig hebt. Wat nog niet zo ver gevorderd is, moet opnieuw worden opgebouwd.

En dan de schaal waarop dit alles zich afspeelt:

De mens bevindt zich ergens tussen de 777 niveaus van menselijke ontwikkeling.

Hij bezit de eigenschappen en vaardigheden die bij zijn niveau horen, en mist die van hogere niveaus. Dat is niet zijn schuld en geen moreel gebrek. Wie dat eenmaal ziet, begrijpt ook waarom de afstand tussen ideaal en realisatie in het humanistische stadium nog aanzienlijk kan zijn, in het causale stadium onbeduidend en in het essentiële stadium onbestaand.

8.14 Karakter

In deze korte subsectie keert Laurency de verhouding tussen karakter en moraal om: niet morele verantwoordelijkheid vormt het karakter, maar het karakter bepaalt de moraal. Moraliteit verandert met omstandigheden, ras, religie en vooroordelen; karakter is het enige constante kenmerk.

Hij laat de Belgische Nobelprijswinnaar Maeterlinck aan het woord over de gangbare opvatting van karaktervolmaaktheid, en citeert vervolgens diens conclusie:

'De nadruk ligt dus niet op bevrijding van hartstochten, ondeugden en fouten. Dat is onmogelijk zolang je een mens onder de mensen bent en omdat datgene wat de ware basis van de menselijke natuur vormt, ten onrechte hartstocht, ondeugd of fout wordt genoemd.' Maar wie in staat is oprecht te zijn tegenover zichzelf, zal ontdekken dat zelfs de laagste en meest egoïstische driften onschadelijk zijn, mits je niet opzettelijk kwaadaardig bent, wat moeilijk is op zo'n ontwikkelingsniveau.

Maeterlinck beschrijft de volmaaktheid die moralisten nastreven als een steriele onthouding: wie alle uitingen van leven in zichzelf onderdrukt, houdt uiteindelijk niets over om te contempleren. Wat als hartstocht, ondeugd of fout wordt bestempeld, is in feite de oorspronkelijke vitaliteit zelf. En de oprechte mens mag een groot deel van wat hij denkt en voelt voor anderen verbergen — want het rijk van de oprechtheid begint pas waar aanpassing niet meer nodig is.

Wat het religieuze moralisme de mens heeft aangedaan, formuleert Laurency in een passage die de prijs van die moraal laat zien:

Het heeft de mens tot het punt gebracht waarop hij zich ellendig en onverbeterlijk voelt en zich schaamt voor zijn onvermijdelijke ondeugden, fouten en tekortkomingen, zich schaamt om een mens te zijn, zich schaamt dat hij geen hoger niveau heeft bereikt, zich schaamt voor zijn imperfectie.

We zitten allemaal vol tegenstrijdigheden, vol goede en slechte eigenschappen (vooral slechte) in een warboel. Dit verandert in de loop van de ontwikkeling door duizenden incarnaties.

Dit is de psychologische kern van het essay. Het moralisme produceert schaamte, en schaamte is geen motor voor ontwikkeling maar een rem. De tegenstrijdigheid is normaal, ze is het uitgangsmateriaal van een ontwikkeling die duizenden incarnaties duurt. De eis dat de mens anders zou moeten zijn dan hij is, is daarom "idioot en satanisch". Welke priester heeft het recht zo'n leugen over het leven te prediken, vraagt Laurency, en welke priester voldoet aan de eisen die hij aan anderen stelt?

8.15 Onderwijs van het juiste

Het essay eindigt met onderwijs. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, en wat je mag eisen is dat niemand gedwongen wordt een bepaalde mening aan te nemen, maar de mogelijkheid heeft om de mening te kiezen die het beste aansluit bij zijn beoordelingsvermogen en ontwikkelingsniveau. Zelfgeïnitieerde bewustzijnsactiviteit wordt belemmerd door systemen van blind geloof, en absurde systemen vernietigen het realiteitsbesef en het vermogen tot logische reflectie.

De kern van wat jongeren moeten leren, is dan ook sociaal en juridisch, niet theologisch:

Het belangrijkste is om jongeren te laten inzien dat de schending van de rechten van anderen leidt tot een wetteloze samenleving, dat universele goede wil en juiste menselijke relaties de voorwaarden zijn voor een rechtsstaat.

Laurency verwijst naar Rousseau's "terugkeer naar de natuur", maar ziet daarin ook een gevaar: anticonventionele mensen verwerpen gangbare conventies zonder betere of waarachtigere normen te kunnen presenteren, en je verbetert de bestaande orde niet door chaos te creëren.

Wat we nodig hebben is een nieuwe kijk op het leven, gebaseerd op kennis van de werkelijkheid en het leven zelf, en bovenal op de wetten van het leven. En esoterie biedt ons zo'n kijk, die superieur is aan alles wat een historische visie ooit heeft kunnen voortbrengen.

Wat betreft het onderwijs: het moet mogelijk zijn om kinderen te leren tactvol te zijn, rekening te houden met anderen, vriendelijk te zijn, elkaar te helpen, elkaars individuele karakter te respecteren en geen standaardisatie te eisen, wat bij het imitatiestadium hoort. Zo weinig is nodig om onnodige wrijvingen te voorkomen.

Hier staat de hele opvoedingsleer van het essay in twee zinnen. Geen catechismus, geen verboden, maar tact, rekening houden met anderen, respect voor het individuele karakter en het afwijzen van standaardisatie. Je hoeft geen barbaar te zijn, zelfs niet in het stadium van barbarij; je bent niet verplicht alles en iedereen te verachten en niet alles te bespotten wat je niet begrijpt.

En dan de waarschuwing waarmee de sectie besluit:

Wees op je hoede voor de moralisten, want zij zijn de ware huichelaars

Laurency verwijst naar de evangeliën: "Wie van jullie zonder zonde is, werpe de eerste steen naar haar", "Jullie oordelen, jullie zullen geoordeeld worden". Waarom hebben de christenen daar zo weinig van geleerd? Omdat haat altijd wil oordelen. En dus geldt de waarschuwing ook voor allen die verontwaardiging aanwakkeren, en voor hen die de wetten van het leven niet kennen: laat je er niet door intimideren.

8.16 De twaalf essentiële kwaliteiten

Het essay sluit af met iets anders van aard dan de rest: geen analyse maar een overzicht. Laurency groepeert de kwaliteiten die de planetaire hiërarchie als essentieel beschouwt, en merkt op dat ze slechts bij benadering kunnen worden gesuggereerd door vergelijking met algemeen bekende menselijke kwaliteiten. Ze worden voornamelijk verworven door ervaring in de verschillende ontwikkelingsstadia, en definitieve informatie uit de planetaire hiërarchie ontbreekt nog.

De twaalf kwaliteiten die hij opsomt, zijn samen een portret van wat een mens op weg naar het vijfde natuurrijk verwerft. Bij elk geeft hij deelkwaliteiten en de complexen waarvan men vrij wordt.

Vertrouwen in het leven

Zekerheid en geborgenheid, geloof, hoop en vertrouwen in de levenskrachten, met het inzicht dat er geen mislukking bestaat en dat alles voor het beste is gepland — en vrijheid van angst, bezorgdheid, afgunst en wanhoop.

Vertrouwen in jezelf

Zelfbeschikking en zelfkritiek, openhartigheid, zelfbeheersing en evenwicht, en het vermogen om zelf te beslissen wat goed en juist is. Hier hoort vrijheid bij van de complexen van zonde, schuld, schaamte en minderwaardigheid, en van slavernij aan autoriteit.

Gehoorzaamheid aan de wet

Plichtsbesef, matiging en het vinden van de gulden middenweg, eerlijkheid en uithoudingsvermogen — en vrijheid van koppigheid, eigenzinnigheid en fanatisme. Gehoorzaamheid aan de wet is hier dus geen onderwerping, maar juist het einde van eigenzinnigheid.

Rechtschapenheid

Waarheid, rechtvaardigheid, integriteit, objectiviteit en eerlijkheid. Kort geformuleerd, en juist daarom zo veeleisend.

Onpersoonlijkheid

Onkwetsbaarheid, zelfvergetelheid, eenvoud en spontaniteit, onafhankelijkheid van de meningen van anderen, onschadelijkheid, onpartijdigheid en tolerantie — en vrijheid van zelfingenomenheid, egocentrisme, arrogantie en het verlangen naar erkenning. Dit is de kwaliteit die het moralisme rechtstreeks ondermijnt: wie zichzelf niet als middelpunt ziet, kan moeilijk de rechter over anderen spelen.

Bereidheid tot opoffering

Altruïsme, afstand doen van macht, roem en rijkdom, vrijgevigheid, dienstbaarheid, werkvermogen en moed — en vrijheid van trots, hebzucht, ambitie, eigenbelang en egoïsme.

Trouw

Loyaliteit, betrouwbaarheid, standvastigheid, dankbaarheid, toewijding, verantwoordelijkheidsgevoel en plichtsbesef.

Terughoudendheid

Gedachtenbeheersing, aandacht en waakzaamheid, stilte en concentratie, geweldloosheid en acceptatie van het leven — en vrijheid van negativisme, kritiek, roddel, woede en ontevredenheid. Deze kwaliteit staat rechtstreeks tegenover de nieuwsgierigheid en de roddel uit 8.11.

Levensvreugde

Vreugde, geluk en zaligheid, intensiteit, overgave aan het leven zonder voorbehoud, optimisme — en vrijheid van bitterheid, verdriet, remmingen en zelfkwelling, en uitdrukkelijk ook van moralisme en idealisme die de vreugde vernietigen.

Doelgerichtheid

Energie en efficiëntie, positiviteit, vastberadenheid en onwankelbaarheid, de wil om te leven en zelfverwerkelijking, doorzettingsvermogen en moed — en vrijheid van gedachteloosheid en zelfvernietiging.

Wijsheid

Kennis, inzicht en begrip, gezond verstand, oordeelsvermogen en levenskunst, nederigheid — en vrijheid van dogmatisme, moralisme en trots.

Eenheid

Aantrekkingskracht, liefde en goedheid, bewondering, genegenheid, mededogen en vriendelijkheid, respect, tact en consideratie, dienstbaarheid en geduld, sympathie, tolerantie en identificatie — en vrijheid van haat, wraak en kwaadaardigheid, van moralisme, tactloosheid en minachting.

Wat deze twaalf interessant maakt, is dat ze samen de keerzijde vormen van alles wat in de rest van het essay wordt bestreden. Tegenover het morele oordeel staat onpersoonlijkheid, met onpartijdigheid en tolerantie. Tegenover de schaamte en de zondecomplexen staat vertrouwen in jezelf, met vrijheid van schuld, schaamte en minderwaardigheid. Tegenover het verbod en de standaardisatie staat gehoorzaamheid aan de wet, die juist vrijheid van koppigheid, eigenzinnigheid en fanatisme inhoudt. En tegenover de haatdragende moraal staat eenheid: aantrekkingskracht, liefde, goedheid, tact en consideratie, met vrijheid van haat, wraak en kwaadaardigheid — en uitdrukkelijk ook moralisme, tactloosheid en minachting.

Lees meer over deze twaalf essentiële eigenschappen: eenvoudig uitgelegd en uitgebreid uitgelegd.

Daarmee is de cirkel rond. Sectie 8 begon met de vaststelling dat 'moraliteit' een verworden woord is en dat de concepten van juist opnieuw moeten worden gefundeerd. Ze eindigt met een lijst kwaliteiten die geen enkele verbodsbepaling bevat en waarin het moralisme zelf als te overwinnen complex verschijnt. Wat tussen die twee uiteinden ligt, is de eigenlijke inhoud van de conceptie van het juiste: geen systeem van regels, maar de ontwikkeling van een bewustzijn dat de wetten van het leven leert kennen, het lagere leert gebruiken in plaats van erdoor te worden geregeerd, en het oordeel over anderen opgeeft zonder de verantwoordelijkheid op te geven.


Lees het volledige hoofdstuk 8 in het boek 'Kennis van het Leven 1'.


Infographic

De conceptie van het juiste (3-3) het middenpad en de twaalf kwaliteiten


Dia-presentatie