Bevrijding is een natuurlijk proces
Leestijd: 7 min
In het boek 'Kennis van het Leven' van Henry T. Laurency staan in sectie 6.2 volgende quotes:
Op een dag ontdekken we dat het leven het probleem voor ons heeft opgelost, zonder dat we er iets aan hebben gedaan. Het is gewoon zo gelopen. Het blijkt wederom dat wie zichzelf vergeet in dienstbaarheid, geen problemen met zichzelf zal hebben.
Het is dus zinloos om te sparen en te schrapen om je geld vervolgens aan goede doelen te schenken. Daarmee mis je de kans om die kwaliteiten te ontwikkelen die gepaard gaan met de persoonlijke empathie voor de behoeftigen die je overal tegenkomt.
Het grote risico van alle esoterische kennis is dat onvolwassen mensen alles zo gemakkelijk verkeerd begrijpen. Het is niet genoeg om de feiten te kennen. Je moet ook weten hoe je de kennis moet toepassen, en dat kun je pas als je die kennis zo beheerst dat het geheel een levend geheel vormt. … Nu denken lezers dat ze dingen moeten beoefenen waarvoor ze pas over honderd incarnaties rijp zullen zijn.
Vaak wordt bevrijding opgevat als ‘je mag niet’. Dat is volkomen onjuist. Je mag wel, maar je wilt niet. Je mag wel, maar je bent blij dat je het niet hoeft. Je mag wel, maar je bent er niet toe in staat. Je mag wel, maar je bent er voorbij, je bent dit stadium voorbij. Het is een van de paradoxen van de esoterie dat je alleen kunt liefhebben wanneer je denkt dat je nooit meer in staat zult zijn om lief te hebben. Er zijn geen geboden, verboden, enzovoort in de esoterie.
Shortcuts blijken de langste omwegen te zijn. Ze zouden moeten beseffen dat alleen de wijzen de kennis wijs kunnen toepassen. Ook dat is een van de vele esoterische paradoxen. Een zinloos offer is een nutteloos offer. Ze zouden moeten leren inzien dat, wanneer ze de les hebben geleerd, het leven hen van elke onnodige last zal verlossen. De omstandigheden zullen dan automatisch zo geregeld worden, zonder dat ze er iets aan hoeven te doen. De juiste houding is om het "offer" te willen brengen, bereid te zijn het te brengen en bevrijdende omstandigheden te verwelkomen, maar niet weg te gooien wat het leven hen heeft gegeven en geen banden te verbreken. De wil om afstand te doen, de kracht om afstand te doen, is een goede zaak, maar te vroeg afstand doen is altijd een vergissing.
De kern: opoffering is geen middel, maar een gevolg
Het centrale inzicht van de hele sectie staat in punt 5: "Het is niet door opoffering en verzaking dat het individu zich met hogere bewustzijnssoorten kan identificeren. Verzaking is een rechtstreeks gevolg van de verschuiving van waarden." Dat is de sleutel om alles wat volgt te begrijpen. Laurency keert de gebruikelijke volgorde om. Wij denken gewoonlijk: ik moet eerst iets opgeven, en dán word ik vrijer of verder. Hij zegt het omgekeerde: eerst verschuift je innerlijke waardering — het lagere verliest vanzelf zijn aantrekkingskracht — en dán volgt het loslaten als iets natuurlijks, niet als iets wat je jezelf met geweld oplegt. Zoals hij in punt 6 stelt: het lagere wordt dan een middel in plaats van een doel.
Daarom is opoffering "op zichzelf niets goeds". De uiterlijke daad van afstand doen zegt niets over de innerlijke toestand. Je kunt op "vele verschillende, perverse manieren" opofferen en verzaken, omdat het gebaar los van de juiste innerlijke gesteldheid leeg is.
Het voorbeeld van de goede doelen
Het voorbeeld van sparen en schrapen om het geld aan liefdadigheid te schenken is precies bedoeld om dat te illustreren. De tekst veroordeelt niet het geven op zich. Wat hij afwijst, is geven als vervangmiddel voor persoonlijke betrokkenheid. Wanneer je jarenlang oppot en daarna in één gebaar alles wegschenkt, loop je, aldus de tekst, de kans voorbij om juist díe kwaliteiten te ontwikkelen die horen bij de persoonlijke empathie voor de behoeftigen die je overal tegenkomt.
De zin "je hebt gedachteloos zoveel behoeftige mensen voorbij laten gaan" maakt duidelijk waar het om draait. Het gaat niet om de grootte van het bedrag, maar om de kwaliteit van je aandacht in het dagelijkse, concrete contact. Wanneer je "liefdadigheid aan anderen overlaat", of haar uitstelt tot een ver ideaal moment, verlies je het essentiële uit het oog: dat dienstbaarheid een houding is die je in het hier-en-nu ontwikkelt, telkens wanneer je een behoeftige tegenkomt.
De "wonderlijke vrijheid van de kinderen Gods"
Hier sluit punt 9 naadloos op aan. Laurency constateert dat het grote risico van esoterische kennis is dat onrijpe lezers alles verkeerd begrijpen. Vroeger, in de kennisorden, kregen leden geen kennis over wat tot hogere graden behoorde — daardoor ontstonden er geen verboden in hun onderbewustzijn die iemands leven "vergiftigen". Nu lezers alles lezen, gaan ze dingen beoefenen waarvoor ze pas "over honderd incarnaties" rijp zijn. Tot die tijd, zegt hij, zouden ze juist de "wonderlijke vrijheid van de kinderen Gods" moeten beoefenen: "Je moet 'vrij' zijn om je te kunnen ontwikkelen." Wie zichzelf voortijdig aan de regels van een toekomstig stadium bindt, offert juist die vrijheid op.
Die vrijheid is hier geen vrijblijvendheid. Het is de vrijheid van voortijdige, zelfopgelegde ascese en van verbodendenken. Laurency stelt in punt 10 expliciet dat er geen "categorisch imperatief" bestaat zoals Kant dacht — geen dwang, geen plicht die van buitenaf wordt opgelegd. Wat er is, is een vrije keuze op grond van inzicht in de wet, en "waar dwang is, is geen vrijheid", noch innerlijk noch uiterlijk. De wil van de mens wordt bepaald door zijn sterkste drijfveer; wanneer het individu geestelijk volwassen is geworden, is die sterkste drijfveer ook het resultaat van zijn eigen werk. Vrijheid is dus niet de afwezigheid van structuur of verantwoordelijkheid, maar het vermogen om te handelen vanuit een drijfveer die je zelf hebt opgebouwd — in plaats van gedreven te worden door angst, schuld of dogma.
En in punt 11 formuleert hij het nog scherper: bevrijding wordt vaak opgevat als "je mag niet". Dat is volgens hem volkomen fout. De juiste formulering is:
Je mag, maar je wilt niet.
Je mag, maar je bent blij dat je het niet hoeft.
Je mag, maar je bent er niet toe in staat.
Je mag, maar je bent er voorbij, je bent dit stadium voorbij.
In de esoterie bestaan er geen geboden en verboden; wat zo lijkt, is in werkelijkheid een beschrijving van bewustzijnstoestanden.
Dit betekent dat je volgens Laurency niet goed handelt omdat een plicht of gebod het van jou eist, maar omdat je door inzicht ziet hoe het leven in elkaar zit, en dát inzicht maakt de keuze pas werkelijk vrij.
De samenhang: niet te vroeg loslaten
Punt 12 voegt daar de laatste waarschuwing aan toe. De veelgemaakte fout van idealisten is dat ze het doel te vroeg willen bereiken en meteen alles willen verzaken en nalaten — ook zaken die voor hun verdere ontwikkeling nog noodzakelijk zijn, taken die het leven hen heeft opgelegd, plichten die ze op zich hebben genomen. Wie dat doet, "zal zijn lessen opnieuw moeten leren", en die lessen worden steeds moeilijker. "Shortcuts blijken de langste omwegen." Een zinloos offer is een nutteloos offer.
De juiste houding is volgens punt 12: bereid zijn het offer te brengen en bevrijdende omstandigheden te verwelkomen, maar niet wegwerpen wat het leven je heeft gegeven en geen banden verbreken. "De wil om afstand te doen, de kracht om afstand te doen, is een goede zaak, maar te vroeg afstand doen is altijd een vergissing."
Dit sluit aan bij punt 4: je geeft het lagere pas op wanneer je het volledig beheerst en weet dat het zijn doel heeft vervuld en je niets meer te leren heeft. En bij punt 7, dat het hele beeld samenvat: bevrijding is een natuurlijk proces, je kunt jezelf niet bevrijden door banden te verbreken, en je bevrijdt je niet van gehechtheid aan rijkdom door weg te geven wat je bezit, maar "alleen door getrouw te beheren wat misschien wel als een last aanvoelt".
Dat 'natuurlijke' proces is allesbehalve passiviteit. Wie een band met geweld doorknipt, onderdrukt daarmee alleen het verlangen in plaats van het te laten rijpen en uitdoven; de gehechtheid zit niet in het geld of in de band zelf, maar in de houding waarmee je ernaar omgaat. De ontwikkeling verloopt dan ook niet langs de weg van obsessieve zelfanalyse, maar langs de weg van nuttig werk, verantwoordelijkheid en aandacht voor anderen. Zelfs het verlangen naar bevrijding kan een obstakel worden, zodra het zichzelf in het middelpunt plaatst.
Samengevat
De quotes keren de populaire opvatting om. Niet het uiterlijke offer of de zelfopgelegde onthouding brengt je verder, maar de innerlijke verschuiving van waarden. Die verschuiving laat het lagere vanzelf zijn aantrekkingskracht verliezen, en dan wordt het loslaten niet een daad van zelfbestraffing, maar een bevrijding waar je dankbaar voor bent. Tot het zover is, is de juiste houding geen dwangmatig "je mag niet", maar de wonderlijke, ongedwongen vrijheid waarin je je eigen stadium trouw vervult, je concrete taken op je neemt en je aandacht richt op de behoeftigen die je werkelijk tegenkomt. Want bevrijding is geen daad die je stelt, maar een groei die zich in jou voltrekt, op het moment dat je er niet meer op wacht.
Infographic
