Beelden #4/4: de onbewuste conclusies die ons leven bepalen
Leestijd: 20 min
Vier lezingen uit het Padwerk uitgelegd
In het najaar van 1958 gaf de geesteswereld via het medium Eva Pierrakos een reeks van vier opeenvolgende lezingen over één onderwerp: beelden. Het zijn de lezingen 38 tot en met 41 van het Padwerk, gehouden op 24 oktober, 7 november, 21 november en 5 december 1958. Samen vormen ze een van de hoekstenen van deze leer: een uitvoerige uitleg van wat beelden zijn, hoe je ze kunt vinden, hoe je ze kunt doorbreken en welke schade ze aanrichten.
Dit artikel is deel 4 van 4 en legt de begrippen van lezing 41 uit. De vier lezingen bouwen op elkaar:
lezing 38 legt het fundament (wat is een beeld),
lezing 39 verdiept het zoeken naar beelden,
lezing 40 vat samen en werkt de methode verder uit, en
lezing 41 toont de schade die beelden aanrichten en beantwoordt een reeks praktische vragen.
Deel 4 — Lezing 41: De schade die beelden aanrichten
Angst, schaamte en afzondering
Lezing 41 opent met een klacht uit de geesteswereld: er is zoveel angst, schaamte en afzondering in het menselijk hart. Vaak is die angst en schaamte weggestopt, zodat de mens zich er niet eens meer bewust van is en alleen een vage, voortdurende, knagende pijn ondergaat. Triest om te zien, vooral omdat het niet nodig is. Het is niet meer dan een schim.
De angst en schaamte die jullie zo nadrukkelijk weghouden, heeft geen reden van bestaan en toch verpest hij jullie leven.
Er is niemand die leeft zonder beelden. Deze innerlijke indrukken ontstaan op jonge leeftijd, en uit die indrukken zijn verkeerde conclusies getrokken. Juist deze beelden zijn de oorzaak van je lijden, van onnodige schimmen die je tientallen jaren en vaak incarnatie na incarnatie met je meedraagt.
Bevrijding van binnenuit
Iedereen streeft naar Gods licht, naar het verbreken van de ketenen. Maar ontzettend veel mensen zoeken die bevrijding van buitenaf, door kennis op te doen, door uiterlijke gebeurtenissen. Dat gaat niet. De enige manier om die vrijheid te bereiken is door in jezelf te graven. Je gaat dan door een tunnel van duisternis, maar verrijst aan de andere kant in het licht van ware onafhankelijkheid.
Pas als je hebt ingezien dat je zelf verantwoordelijk bent voor de duisternis in de tunnel — wat geen gemakkelijke ervaring is — ben je waarlijk onafhankelijk.
Wie zijn beelden nog niet gevonden en opgelost heeft, wordt erdoor verstrikt. Steeds weer opnieuw voer je het drama op van je eigen fouten en verkeerde conclusies. Je hele leven lang, vaak vele levens lang, herhaal je steeds maar weer datgene waar je eigen conclusies je ooit toe geleid hebben en wat ze naar je toe brengen. Wie naar zijn beelden zoekt, komt onherroepelijk in verwarring en ontreddering en stuit op weerstand en verzet. Maar die weerstand heb je juist in jezelf tot ontwikkeling gebracht. Dergelijke momenten van lijden kun je alleen opruimen door erdoorheen te gaan.
Wantrouwen tegenover anderen is wantrouwen tegenover jezelf
Een belangrijk inzicht van deze lezing:
Alle twijfel en wantrouwen die je tegenover anderen voelt, is in feite niets anders dan het wantrouwen tegenover jezelf.
Kijk waarom je jezelf wantrouwt. De wortel is altijd dat je niet naar je eigen normen leeft en dit niet kunt accepteren.
De eerste stap hoeft dus alleen maar te zijn dat je jezelf accepteert zoals je toevallig op dit moment bent.
Als je speurtocht succes heeft, vind je in jezelf de neiging beter te willen zijn dan je bent, en dat maakt je onzeker. Daarom twijfel je ook aan anderen. Onbewust redeneer je: 'Door beter en groter te willen lijken ben ik niet trouw aan mijzelf en dus ben ik niet betrouwbaar. Anderen zijn waarschijnlijk hetzelfde.' Je beoordeelt anderen altijd naar jezelf, zelfs als je je die zelfkennis niet bewust bent.
Het gebrek aan zelfrespect, dat je wel moet hebben zolang je jezelf diep van binnen nog veracht, verdwijnt automatisch — minstens tot op zekere hoogte, zelfs voordat je je innerlijke houding veranderd hebt — louter en alleen door het feit dat je de waarheid in jezelf onder ogen durfde te zien.
De schok in de kindertijd
Vaak begrijp je niet waarom je bleef vasthouden aan zo'n indruk waaruit je een verkeerde conclusie trok. Je intelligentie is volwassen geworden, veranderd door ervaring en door wat je geleerd hebt. Toch ben jij niet veranderd zolang je beeld nog in je leeft.
Op een zeker moment was er in je jeugd een ervaring, een schok, niet noodzakelijkerwijs een schok zoals je die nu voorstelt. Een schok kan, zeker bij een kind, ook de meer geleidelijke ontdekking zijn dat dingen anders uitpakken dan je dacht, het tegenovergestelde van je liefste en meest gekoesterde verwachtingen.
Een kind leeft bijvoorbeeld met het idee dat zijn ouders volmaakt en almachtig zijn. Als het kind langzamerhand gaat beseffen dat dit niet zo is, komt dat aan als een schok, hoewel dit besef vaak door een hele serie gebeurtenissen wordt veroorzaakt. Wanneer een kind merkt dat de denkbeelden die het over zijn ouders of over de wereld had niet waar zijn, raakt het zijn zekerheid kwijt. Het wordt bang. Het vindt dat niet leuk. Daarom verdringt het deze kennis naar zijn onderbewuste, omdat het onprettig is en omdat het zich schuldig voelt. Tegelijkertijd bouwt het een verdediging op tegen deze 'dreiging'.
Een schok verdooft. Zowel je lichaam als je zenuwen en je verstand raken gevoelloos. De indruk die de schok teweegbracht, kan objectief al dan niet juist zijn, maar de conclusie waartoe het kind in staat is, moet wel verkeerd zijn.
De twee verkeerde conclusies
Het beeld werd geschapen toen de ordelijke wereld en ideeën van het kind vernietigd werden. De verkeerde conclusies zijn :
a) De generalisatie. Kinderen zijn geneigd te generaliseren en projecteren hun eigen ervaringen op alle alternatieven. De ouders van een kind zijn zijn wereld, zijn universum; daarom moet zijn conclusie na de schok op ieder ander worden toegepast en op het leven in het algemeen. Maar: niet alle mensen hebben dezelfde tekortkomingen als hun ouders; niet alle levensomstandigheden komen overeen met die welke het kind in zijn eigen omgeving ontdekte.
b) Het verdedigingsmechanisme. Het verdedigingsmechanisme dat het kind met zijn nog beperkte begrip van de wereld kiest, is op zich al verkeerd — en dat wordt nog erger als het kind het toepast op andere mensen en andere situaties dan die uit zijn vroegste omgeving.
Schaamte en het kind dat niet kon opgroeien
Met je kinderverstand neem je aan dat jouw geval op zichzelf staat, dat ieder ander volmaakte ouders en volmaakte omstandigheden thuis heeft, en dat alleen jij deze schokkende uniekheid ervaart, die voor iedereen verborgen moet worden, zelfs voor jezelf, en helemaal voor je ouders.
De schaamte is gebaseerd op het onjuiste idee dat jouw geval uniek is. Daardoor moest je dat hele gedachte- en gevoelsproces wel verborgen houden. En daardoor kon dit deel van je persoonlijkheid niet met de rest van je wezen opgroeien. Het kon zich niet veranderen, niet aanpassen en zo tot een beter besef komen. Want alleen wat naar buiten komt en in het licht staat, kan groeien. Als een plant onder de grond blijft doordat je hem geen wortel laat schieten, kan hij niet groeien. Dat geldt ook voor iedere emotionele stroming of neiging.
Bij dieren bestaat hetzelfde proces
De lezing laat zien dat dit principe niet alleen voor mensen geldt. Een hond kan erachter komen dat hij, iedere keer als hij te eten krijgt, hetzelfde soort geluid van zijn baas hoort; hij vormt zo een beeld. Een hond die zich aan een vuur gebrand heeft, schrikt daarna van vuur; een andere hond kan vuur juist als iets heel plezierigs ervaren, omdat hij bij zijn baas bij de open haard zit. Zo zie je dat zelfs bij dieren dit principe opgaat — anders zou je ze ook niet kunnen africhten. In de psychologie noemen we dit 'conditionering'.
Het kind dat in je leeft
Een zuigeling of heel jong kind kent alleen de meest primitieve emoties: goed en kwaad, liefde en plezier als het zijn zin krijgt, haat, wrok en pijn als het zijn zin niet krijgt. Pas veel later leer je objectiever te oordelen. Maar zolang er beelden in je leven, blijf je heel kinderlijk reageren, omdat je verstand in dat opzicht nog net zo is als toen je een kind was, hoezeer de rest van je persoonlijkheid ook gegroeid mag zijn.
Waar deze langzame of plotselinge schok heeft plaatsgevonden, blijft het verstand kinderlijk reageren, omdat je de ervaring niet bewust hebt verwerkt. Het blijft zoals het was toen het beeld en de conclusies gevormd werden en in het onderbewuste werden vastgelegd. Dit verklaart het begrip emotionele rijpheid waar de lezingen eerder over spraken: een deel van een verder volwassen mens blijft onvolwassen.
Zolang je je het beeld niet bewust hebt gemaakt, trekt dit deel in feite emotioneel en onbewust nog altijd dezelfde conclusies als toen je nog een kind was.
Je zult merken dat de conclusies die je uit je beelden getrokken hebt, logisch zijn op hun eigen beperkte manier — je staat er misschien zelfs versteld van. Nogmaals: bedenk dat het het kind is dat in je leeft, ergens in de leeftijd van nul tot tien. Daarom zijn beelden alleen op te sporen door je kindertijd te herbeleven, niet alleen verstandelijk door je die tijd te herinneren, maar ook emotioneel, om door te dringen tot de irrationele lagen van je bewustzijn.
Het tragische van beelden: macht en verstarring
Het tragische van beelden is dat ze macht over je hebben. Ze laten je alleen bepaalde dingen zien, dingen die in je conclusies passen, zodat het beeld later in je leven voortdurend gesteund en bekrachtigd wordt. Je conclusies kloppen niet met de volwassen verlangens en doelstellingen van je leven en veroorzaken daardoor niet alleen een pijnlijke wanverhouding, maar ook ongekende conflicten met je bewuste doelstellingen en met de werkelijkheid van het leven.
De lezing verwijst hier naar een diepgaand begrip: emoties en gedachten zijn vormen, werkelijkheden die magnetische velden creëren, waardoor gebeurtenissen, mensen en ervaringen naar je toegetrokken worden.
En : hoe minder je je bewust bent van je emoties en de gecompliceerdheid van je gedachten, hoe krachtiger ze zullen zijn. Want wanneer ze onbewust zijn, heb je er nauwelijks controle over en kun je ze niet aan de werkelijkheid aanpassen. Daarom zijn ze zo onbuigzaam en star.
Schoppen en schreeuwen als een klein kind
De verstarring heeft gevolgen. Je wilt dat het leven zich afspeelt zoals jij dat wenst. En als de dingen niet gebeuren zoals je wilt, schop je en schreeuw je van binnen als een klein kind, hetgeen je in dat deel van je wezen in feite nog bent. De onvolwassenheid treedt op waar je beeld nog bestaat.
Een volwassen mens weet dat hij alleen controle over het leven heeft als hij erin meegaat: niet eisen dat het leven hem volgt, maar het leven zelf volgen door zich eraan aan te passen. Waar je met een beeld zit, pas je je niet aan. Je stelt eisen en wordt van binnen woedend als daar niet aan tegemoetgekomen wordt. En omdat je eisen op heel verkeerde vooronderstellingen gegrond zijn, krijg je vaak wat je vraagt, maar daarbij óók wat deel uitmaakt van je onbewuste eis. Alleen dat wist je niet. Je wilt iets omdat het plezierig is, maar net als het kind dat je was, ga je voorbij aan het feit dat elk profijt ook een keerzijde heeft. Als je daarmee in aanraking komt, denk je dat het leven je onrechtvaardig behandelt.
De schaamte over het 'kinderachtige'
Iedereen die op het punt staat een beeld te herkennen, voelt een diepe schaamte. Maar die schaamte is er meestal niet omdat je iets heel gemeens of afschuwelijks ontdekt — nee, je schaamt je vooral over iets dat alleen maar kinderachtig is. Als je maar begrijpt dat de redenering waar je je nu over schaamt, op het moment dat je dit beeld vormde, overeenkwam met je toen nog beperkte vermogen tot redeneren en denken, is deze kinderachtigheid maar betrekkelijk.
Het wordt gemakkelijker om het te accepteren als je echt overweegt dat je in dit opzicht een kind gebleven bent, omdat je het hele proces in het duister van je onderbewuste liet afspelen.
Het helpt je eveneens als je beseft dat ieder mens die je kent ook zijn eigen beelden heeft met gelijksoortige tegenstrijdigheden. Als je met een kind van vier tot tien jaar praatte, zou je je over een dergelijke manier van redeneren niet verbazen. Je bent dus niet de enige.
Alles wat 'gewoon gebeurde', werd door jezelf opgeroepen
Het werk houdt niet op bij het begrijpen van je conflicten. Je moet er ook achter zien te komen hoe je steeds weer je beelden hebt opgevoerd, en daarbij van het ene patroon in het andere bent vervallen. En je zou ook dienen te beginnen met alles onder ogen te zien wat er in je leven is gebeurd, dingen waar je schijnbaar totaal niets aan kon doen, die 'gewoon van buitenaf' gebeurden.
Over zulke levenservaringen vraag je je met je gezonde verstand af: 'Wat kan ik daarmee te maken hebben gehad? Ik heb er geen vinger voor uitgestoken, het overkwam me.' Maar als je jouw beelden hebt gevonden, zul je zien dat alles door jezelf werd opgeroepen, hoe weinig controle je ook over dergelijke situaties scheen te hebben.
Vaak is het eerste glimpje van herkenning al een opluchting. En die opluchting moet altijd volgen, zelfs als het op dat moment belachelijk en ongelooflijk lijkt. Want dan zie je duidelijk het verband tussen je beeld en iets dat heel toevallig leek. Vanaf het moment dat je begrijpt hoe jij je leven gestuurd hebt, hoe jij gebeurtenissen veroorzaakt hebt waarvan je dacht dat je er het slachtoffer van was, krijg je de zekerheid dat je geen stuurloos bootje bent op een stormachtige oceaan. Je beseft dat er geen onrechtvaardigheid is, en dat maakt je sterk en veilig. Je rijpt, alleen al doordat je het principe en de waarheid van eigen verantwoordelijkheid kent en uitstraalt. Je begrijpt hoe je leven beheerst werd door tot nog toe onbewuste verlangens, neigingen en houdingen. Maar nu er zoveel bewust is geworden, kun je je leven bewust onder controle hebben, leiden, regeren en richten, en zo kapitein op je schip zijn. Dan sta je met plezier en kracht in het leven, met een sterk gevoel van zekerheid, alsof je voor de eerste keer vaste grond onder je voeten hebt.
Vragen uit lezing 41: complexen
Vraag: Wat is het verband tussen beelden en complexen?
Een complex is een symptoom, gevolg of resultaat van een beeld. De zichtbare vorm van een complex is een uitvlucht voor de werkelijke betekenis.
Iemand heeft bijvoorbeeld een minderwaardigheidscomplex over zijn intelligentie. Dat denkt hij te weten. Maar in werkelijkheid bedekt hij er een heel andere emotie mee: minachting voor zichzelf. Misschien is het waar dat hij meer wil zijn dan hij is en weet dat hij niet trouw is aan zichzelf. Een complex is verbonden aan een beeld; het is er een deel van. Het is zoiets als een boodschap: er is een beeld.
De lezing geeft een beeldend inzicht in hoe de geesteswereld dit ziet. Een beeld in de mensenziel ziet eruit als een verharde vorm. Een gezonde ziel zonder beeld is als een stralende vorm, voortdurend in beweging, net als het universum — alles is soepel en stroomt. Alle goddelijke krachten die door het universum stromen en in de menselijke ziel doordringen, stromen voortdurend in veelkleurige pracht, in harmonie met de kwaliteiten van de entiteit. Maar waar een beeld is, zijn de krachten van de ziel gestold, ingeperkt en verwrongen en blijven ze star. De gezonde, prachtige krachten van het universum die de ziel nodig heeft om weer op te leven, kunnen er niet in doordringen; ze blijven eromheen stromen en dat schept disharmonie.
Elke kwaliteit is een gezonde kracht die zich verbindt met een daarmee overeenkomende kracht in het universum, terwijl iedere fout een verwrongen kracht is. Een complex is een verwrongen kracht, maar op een andere manier verdraaid dan louter een simpele fout aan de oppervlakte — die verdraaiing wordt veroorzaakt door een beeld. Men zou het kunnen tekenen: aan de buitenkant veelkleurige kosmische krachten in prachtige, harmonieuze beweging, terwijl ze daarbinnen stagneren en zich ophopen rond het starre, harde beeld; en uit het beeld komen de scherpe en verwrongen krachten — dat zijn de complexen.
Waarom hebben we beelden?
Vraag: U zegt dat beelden een algemeen feit zijn. Waarom moeten we beelden hebben?
Het antwoord is verrassend: 'Iedereen heeft ze, maar je hoeft ze niet te hebben. Je schept ze zelf.'
Niet om je te ontwikkelen, maar uit onwetendheid, door eigenzinnigheid en trots, door alles wat de val teweegbracht. Met 'de val' wordt de val van de engelen bedoeld (zie lezing 21): het misbruik van de vrije wil waardoor geschapen wezens zich van God afkeerden en afdaalden in de materie. In elk beeld herhaalt zich die oorspronkelijke afkeer in het klein. Je hebt er zelf voor gekozen.
Karma en beelden: een vicieuze cirkel
Vraag: Is iedere gebeurtenis waar we echt niets aan kunnen doen, door onze beelden veroorzaakt?
Ja, uitgezonderd wanneer er werkelijk sprake is van karma uit een vorig leven. Maar dat is in principe hetzelfde: je oogst wat je zaait. Alleen heb je het in een vorig leven gezaaid en oogst je het nu. Dit kan een eenmalige gebeurtenis zijn die strikt genomen misschien niets met een beeld in de precieze betekenis te maken heeft. Maar zelfs in dit soort gevallen vind je de wortel toch altijd in je beeld. Karma dat nog niet vereffend is, betekent dat de wortel nog steeds in jezelf aanwezig is. Als je je karma vereffend had, zou de wortel er niet meer zitten.
Vraag: Betekent dit dat karma en beelden een vicieuze cirkel zijn?
Natuurlijk. Wanneer een entiteit op een nieuw leven wordt voorbereid, worden bepaalde problemen in zijn fluïde lichaam meer aan de oppervlakte gelaten. Naar gelang van die problemen worden je ouders, land en levensomstandigheden gekozen, zodat het beeld geprikkeld kan worden en jij je er bewust van kunt worden als je dat wilt. Daarom moeten karma en beelden wel hand in hand gaan.
Als je bepaalde ervaringen in je kindertijd opdoet, komt dat omdat je bepaalde ouders hebt en in een bepaalde omgeving leeft. Gezien je hele incarnatiegeschiedenis waren deze het meest geschikt om je problemen naar buiten te brengen; het doel is je ontwikkeling en zuivering.
Je kunt jezelf niet zuiveren en je kunt een probleem niet uitwerken als je je er niet eerst bewust van wordt. Om je er bewust van te worden moet er iets onprettigs gebeuren, omdat je anders nooit enige aandacht aan deze innerlijke disharmonie zou schenken.
Karma is niets anders dan de wet van oorzaak en gevolg, dezelfde wet die binnen de tijd van één leven werkt. Alleen door het ontdekken van je beelden kom je erachter hoe karma werkt en kun je het aan het werk zien.
Bewuste en onbewuste wetsovertreding
Vraag: Als iemand in een concentratiekamp sterft — een karmisch gevolg — hoe staat dit in verband met beelden?
Er zijn miljoenen beelden mogelijk. Als je de 'minder ernstige' gevallen kunt vertalen in ernstige wetsovertredingen en misdaden, zie je al gauw dat zwaarder karma op hetzelfde principe berust van oorzaak en gevolg. Beide trekken gebeurtenissen aan die voortkomen uit verkeerde conclusies, welke altijd een schending zijn van de goddelijke wet en waarheid. Het is alleen een kwestie van gradatie.
Er is een belangrijk onderscheid: een bewuste, opzettelijke wetsovertreding heeft effecten naar buiten — jullie noemen dat karmische gevolgen. Een innerlijke overtreding in de emoties, die in het onderbewuste verborgen blijft, zal een beeld scheppen en zal andere gevolgen hebben. Als een misdadiger iemand doodt, is dat geen onbewuste daad, en kun je niet van een beeld spreken als hij de gevolgen van zijn daad ondergaat. Maar in zijn volgende incarnatie wil hij misschien iemand doden en doet hij dat niet omdat hij zijn verlangens onderdrukt; hij kan denken dat die verlangens een ingebeelde verdediging zijn tegen de pijn van het leven. Dit kan dan een beeld vormen. Maar je kunt niet zeggen dat iedere misdaad en iedere bestraffing aan een beeld te wijten is.
Het beeld bestaat uit onderbewuste verkeerde redeneringen en factoren. Er zitten verlangens en conclusies in, die primitievere mensen bewust en in daden uitleven.
Kinderen die sterven en de vrije wil
Vraag: Bij de brand in Chicago stierven veel kinderen. Is zo'n dood niet een geweldige schokervaring voor die kleine geesten?
Als het in bepaalde gevallen een schok veroorzaakte, dan was dit goed voor de entiteit ; hij moest daar doorheen. Want voordat hij geïncarneerd werd, was het geen kindergeest — het was een volwassen geest die vrijwillig een kort leven ondernam. Misschien gaf de geest de voorkeur aan een gewelddadige, onprettige dood om er vlug vanaf te zijn en na een kortere tijd opnieuw geboren te worden op een hoger niveau. Entiteiten hebben in ruime mate hun eigen vrije wil en keuze. Of een schokkende gebeurtenis zin lijkt te hebben of niet, de ervaring wordt naderhand op waarde geschat en verwerkt. Wat de entiteit ook ervaart, het is vruchtbaar en niet voor niets.
Massamoorden en het lot
Vraag: Is het geen vreemd toeval dat er een slachting plaatsvindt van veel mensen, zoals in een concentratiekamp of een brand?
Er is geen toeval. In de geschiedenis zijn er altijd tijden geweest van grote wreedheid en massamoorden. Na verloop van tijd gebeurde het opnieuw, misschien door een andere groep, in een ander land. Je kunt er vrij zeker van zijn dat in de volgende periode de vroegere beulen dan slachtoffer worden, juist omdat ze dat hebben aangetrokken. Dit geldt niet voor elk individueel geval: er kunnen gevallen zijn waar de vergelding op een andere manier plaatsvindt, in een individuele lotsbestemming, en sommige slachtoffers kunnen een speciale taak op zich genomen hebben, waarbij ze vrijwillig meer verduren dan normaal om zich sneller te ontwikkelen. Maar de regel is dat de ene massamoord de andere veroorzaakt, waarbij steeds weer de rollen van beul en slachtoffer worden verwisseld, totdat beiden hun les geleerd hebben. Soms liggen er verscheidene levens tussen oorzaak en gevolg. Jullie zijn allemaal door periodes van wreedheid heen gegaan.
Als er rampen en ongelukken gebeuren waarbij veel doden vallen, kun je er zeker van zijn dat het hier een maatregel vanuit de geestenwereld betreft, waarbij alles geheel rechtvaardig en volgens het vaak vrijwillig gekozen lot van de betrokken wezens wordt uitgevoerd.
Beelden moeten karmische oorsprong hebben
Vraag: Kunnen beelden zowel karmisch als niet-karmisch zijn?
Ze moeten een karmische oorsprong hebben. Als die er niet was, zou er geen beeld gevormd worden — dan zou het iets zijn dat zo aan de oppervlakte ligt dat je het gemakkelijk kunt ontdekken. Bij het zoeken naar beelden zul je waarschijnlijk kleine reacties ontdekken waar het verstand vanuit hetzelfde principe werkt, maar dan kun je niet van een beeld spreken, omdat het niet echt belangrijk, betekenisvol of diepgeworteld is. Als zo'n reactie echt van grote betekenis is en conflicten veroorzaakt, moet het wel van karmische oorsprong zijn.
Maar het heeft geen zin om te gaan bedenken wat het in een vorig leven geweest kan zijn; dat leidt tot niets. Met je geheugen kun je teruggaan tot de oorsprong in dit leven, en dat is genoeg. Als het in bepaalde gevallen goed en nuttig is om meer over vorige levens te weten, wordt die kennis je ook op de een of andere manier gegeven, maar alleen dan.
Voorkomen dat een kind beelden vormt
Vraag: Is het mogelijk een kind te voorkomen dat het beelden vormt, en op welke leeftijd?
Natuurlijk is dat mogelijk. Als de ouders op een pad als dit zijn, moeten ze weten wat hun eigen problemen zijn en wat het kind aan hen kan opdoen, wat beeldvorming in de hand werkt. Ze zouden in hoge mate kunnen voorkomen dat een beeld wordt gevormd door te helpen het aan het licht te brengen terwijl de conclusie nog getrokken moet worden en nog aan de oppervlakte is. Het probleem kan dan meteen en bewust behandeld worden, en als het kind opgroeit, verandert de conclusie met het groeiproces. Ouders die op een pad als dit zijn, worden bovendien veel gevoeliger voor de reacties van het kind. Dat zou ideaal zijn, maar tot nog toe gebeurt dit heel zelden.
Er is geen test nodig
Vraag: Bestaat er een test waardoor je kunt weten wat je beeld is?
Daar is geen test voor nodig. Als je je beeld gevonden hebt, weet je tot in het diepst van je hart dat dat het is. Maar het kan wel en vaak gebeuren dat je je bewust gaat worden van een beeld en dan zo weerspannig wordt en zo vol weerstand zit, dat je het nog niet kunt zien. Het enige wat je dan moet doen, is doorgaan en er vanuit alle aspecten, aan alle kanten aan werken, en plotseling is de kennis er.
Dan heb je helemaal geen bevestiging nodig, omdat je gewoon weet: dit is het. Je ziet opeens de zin van je hele leven. Je begrijpt je leven en je mislukkingen; je begrijpt jezelf en daardoor ook andere mensen om je heen. Het raadsel is opgelost; de puzzel is compleet; ieder stukje valt op zijn plaats. En zelfs voordat je ervan los bent, maakt alleen al het weten je vrij. Dat gevoel van vrijheid kan soms al voorkomen door kleine, maar betekenisvolle inzichten die een integraal deel van het belangrijkste beeld zijn.
Mediamieke gaven: een waarschuwing
Vraag: Hoe kan iemand haar mediamieke gaven ontwikkelen?
Eerst moet men zich afvragen waarom men dat wil. Het motief kan goed zijn (kinderen, bejaarden en behoeftigen helpen), maar er is maar één goede manier : begin met het helemaal uit je hoofd te zetten. Concentreer je op je eigen spirituele, verstandelijke en emotionele ontwikkeling, op je eigen pad van zuivering. Hoe meer het onderbewuste verkend en bewust geworden is, hoe schoner het kanaal wordt.
De ontwikkeling van mediamieke gaven mag nooit voorop staan. Aan de wil van God moet worden overgelaten op welke manier deze krachten naar buiten komen. En hoe sterker ze tot uiting komen, des te groter is de noodzaak van een strikt pad van zelfontwikkeling. Als je je mediamieke gaven enige tijd opzij kunt zetten totdat je over een aanzienlijk bewustzijn van jezelf beschikt, in de wijsheid dat dit gevaarlijke stof is, en je doet dit omwille van God, dan geeft Hij je het misschien honderdvoudig terug als de tijd er rijp voor is. Goede wil alleen biedt niet genoeg bescherming. Het onbekende onbewuste speelt een grote rol, vooral bij dit soort werk. Je moet bewustzijn over jezelf ontwikkelen, anders kunnen mediamieke gaven uiterst gevaarlijk blijken.
Slotgedachte
De vier lezingen over beelden vormen samen een complete weg. Ze beginnen met de constatering dat wilskracht alleen niet volstaat, leggen uit wat een beeld is — een starre, onbewuste vorm in de ziel, gevormd uit verkeerde conclusies van een kind — en geven vervolgens de hele methode om die beelden te vinden, te doorbreken en op te lossen. Het is een weg van afdalen om omhoog te gaan: door de duisternis van het eigen onderbewuste, door schaamte, weerstand en angst voor pijn heen, naar de vrijheid van ware zelfverantwoordelijkheid.
De belofte aan het einde is geen loze troost, maar een logische consequentie: wie zijn beelden kent en oplost, wordt meester over zijn eigen leven, kapitein op zijn eigen schip. De puzzel valt op zijn plaats; het raadsel is opgelost. En wie dit werk niet doet, zal het, volgens deze leer, vroeg of laat moeten doen, in dit leven of in een volgend. De keuze is vrij, maar de wet is genadig: in elke overtreding ligt uiteindelijk de remedie besloten.
Je kan de 4 delen samen hier in één document lezen.
Infographic
