Wegwijzer

Beelden #2/4: de onbewuste conclusies die ons leven bepalen

Leestijd: 10 min


Vier lezingen uit het Padwerk uitgelegd

In het najaar van 1958 gaf de geesteswereld via het medium Eva Pierrakos een reeks van vier opeenvolgende lezingen over één onderwerp: beelden. Het zijn de lezingen 38 tot en met 41 van het Padwerk, gehouden op 24 oktober, 7 november, 21 november en 5 december 1958. Samen vormen ze een van de hoekstenen van deze leer: een uitvoerige uitleg van wat beelden zijn, hoe je ze kunt vinden, hoe je ze kunt doorbreken en welke schade ze aanrichten.

Dit artikel is deel 2 van 4 en legt de begrippen van lezing 39 uit. De vier lezingen bouwen op elkaar:


Deel 2 — Lezing 39: Het zoeken naar beelden

Afdalen om omhoog te gaan

Lezing 39 opent met een bijzondere vergelijking. De stoffelijke wereld plaatst ons voortdurend voor obstakels die ons verhinderen de wereld te zien zoals die werkelijk is: tijd, ruimte en beweging. In de geestelijke wereld zijn die totaal anders. Jullie hebben vastgestelde tijdseenheden en maten — een jaar is een jaar, een meter is een meter, rechts is rechts en boven is boven. In de geesteswereld is dat niet zo.

De lezing voorspelt dat ruimtevaart binnen afzienbare tijd mogelijk wordt, en legt een verband (deze lezingen werden in 1958 gegeven): op het moment dat mensen de zwaartekracht van de aarde achter zich laten, kunnen ze niet meer vaststellen of ze naar boven of naar beneden gaan. Alles wordt relatief. En dat heeft een geestelijke betekenis: alleen door af te dalen kun je omhoog gaan. Alleen door de diepste regionen van je onderbewuste te onderzoeken kun je geestelijk groeien en in de ware zin hoger stijgen.

In het begin lijkt het alsof het slechter met je gaat, alsof je achteruitgaat. Tijdelijke depressies vallen nauwelijks te vermijden als je op zoek gaat naar wat en wie je werkelijk bent. Maar net als bij de ruimte: het lijkt alsof je omlaag gaat, en je moet inderdaad in je onderbewuste afdalen om de helderheid en de vrijheid van de absolute waarheid te bereiken.

Niet moraliseren tegen je onderbewuste

Voor wie werkelijk op zoek gaat naar beelden, is het nuttig van tevoren een aantal dingen te weten. Het eerste en misschien belangrijkste: je moet je onderbewuste niet met een moraliserende houding tegemoet treden. Het houdt daar niet van en zal zich verzetten. Het zal zich tegen je keren en het voor je bereidwillige bewustzijn des te moeilijker maken om ermee in het reine te komen.

Daarachter zit een dieper inzicht: er zijn verscheidene lagen, niet alleen een bewuste en een onderbewuste laag. Met betrekking tot elke denkbare houding — zowel je fouten en zwakheden als je kwaliteiten en sterke kanten — bestaan er diverse niveaus van bewustzijn en zijn. Een verkeerd beeld en een verkeerde innerlijke indruk beheersen als een rigide vorm je leven. Die laag bestaat uit fouten die je bewust misschien goed kent, maar waarschijnlijk weet je niet dat dezelfde zwakheden op een ander niveau ook bestaan.

De aangeraden houding: beschouw je innerlijke misvatting als een onwetendheid en vergissing, want daarop berusten in feite alle fouten. Begin met na te denken over je pijn, conflicten en problemen. Denk na over je eigenaardigheden, je vooroordelen en je gespannenheid in sommige situaties. Ga na hoe je emotioneel op bepaalde dingen reageert en wanneer en hoe die reacties zich als een patroon in je leven herhalen. Begin met naar die teleurstellingen te kijken waarvan je denkt dat die niets met je doen of laten te maken hebben. Wanneer je een regelmatig terugkerend patroon gaat herkennen, zul je een verband gaan zien met je eigen innerlijke houding.

Twee obstakels bij het zoeken

Wanneer je eenmaal op het punt komt waarop je beseft dat je innerlijke reacties het resultaat zijn van een verkeerde houding, zijn er twee mogelijkheden. Het zijn allebei obstakels die je beter van tevoren kunt verwijderen als je je ervan bewust bent.

Mogelijkheid één: je vindt uiteindelijk dezelfde fouten die je op een oppervlakkig niveau al herkend had. Sommige fouten heb je misschien al in zekere mate overwonnen; des te schokkender is het om dezelfde trekken opnieuw te ontdekken. Het gevaar is dat je reageert met: 'O ja, dat weet ik al.' Maar dat is precies de fout. Ook al is het uiterlijk bestaan van die fout je vertrouwd, je moet het als iets nieuws tegemoet treden, want anders kun je die gevoelens niet opnieuw ondergaan en herbeleven, en dat is nodig om tot inzicht te komen.

Mogelijkheid twee: je komt trekken tegen die volledig tegenstrijdig zijn aan het beeld dat je van jezelf hebt. Dan kom je gemakkelijk in de verleiding om te zeggen: 'Oh, dat is niet waar, dat kan niet. Die fout heb ik helemaal niet. Het tegenovergestelde is juist een van mijn beste eigenschappen.'

De lezing geeft twee voorbeelden. Een persoon met een sterk verantwoordelijkheidsbesef, die bij familie en zakenrelaties bekendstaat als hoogst verantwoordelijk, ontdekt met schrik dat hij in sommige opzichten toch onverantwoordelijk is. Een persoon die bekendstaat om zijn moed komt oog in oog te staan met het deel van zijn persoonlijkheid waar hij een lafaard is, en wil niet geloven dat het klopt.

De les: je kunt fouten in je beelden vinden die je in je uiterlijk gedrag niet hebt. Uiterlijk vertoon je precies tegenovergestelde reacties, en heus niet alleen als masker. Mensen denken zo gemakkelijk in termen van 'of-of', maar geen enkele eigenschap van de mens is louter goed of slecht. Wie dat goed tot zich laat doordringen, bereikt zijn doel veel gemakkelijker.

Dieptepsychologie, dieptegebed, dieptemeditatie

Wat je hier doet is in feite dieptepsychologie. Maar om dit gevecht met jezelf te winnen, moet je eveneens dieptegebed, dieptemeditatie en diep nadenken leren. In het begin denken mensen alleen verstandelijk als ze bidden of mediteren, maar wanneer je je innerlijke zelf gaat ontdekken, zul je dieper moeten gaan.

Op zeldzame ogenblikken kun je vervuld zijn van God en zijn ware wetten — nog vóór je de diepere lagen van je bewustzijn hebt ontdekt. Dit gevoel kan niet door een wilsbesluit worden afgedwongen; je hebt het niet in je macht. Het is genade, en het kan een min of meer permanente toestand worden wanneer je je onderbewuste van alle onwaarheid hebt gezuiverd.

Met dieptegebed, diep nadenken en dieptemeditatie wordt bedoeld: alles wat je over deze onderdrukte of verborgen reacties gevonden hebt, op een rijtje zetten en nadenken over hun betekenis en uitwerking op jou en op anderen. Vergelijk ze met spirituele wetten en denk erover vanuit spiritueel en praktisch oogpunt. Werk met deze nieuwe kennis door hem opnieuw te voelen en te ervaren. Denk er vervolgens weer over na, zo objectief als je kunt. En bid God dat Hij je verlicht en kracht geeft om je verkeerde reacties te veranderen.

Het werk begint pas na de herkenning

Een centrale waarschuwing: het is niet genoeg om inzicht in je verborgen neigingen en reacties te krijgen en het daarbij te laten. Het werk begint pas na zo'n herkenning. Dat is de dieptemeditatie, zo diep als het niveau dat je ontdekt hebt.

Doe je dat niet, dan zul je het gevondene nog een tijdje kunnen vasthouden, maar langzamerhand zal het verder van je af raken en theoretische kennis blijven, terwijl je daaronder blijft reageren zoals vroeger, zonder dat het je gelukt is je foutieve emotionele reacties en innerlijke conclusies te integreren en tot eenheid te brengen.

Emoties zijn meer aan gewoonten gebonden dan je uiterlijke neigingen, en bovendien zijn ze zo vluchtig dat het gemakkelijk aan je aandacht ontsnapt dat je oude patronen gewoon werkzaam blijven. Je bent er zo aan gewend om onaangename kennis naar je onderbewuste te schuiven dat je die gewoonte niet van de ene op de andere dag kunt opgeven. Nieuwe gewoonten moeten gevormd worden, en je moet er een speciale gevoeligheid voor ontwikkelen. Dat kost tijd.

Twee valkuilen

Je kunt ook in het tegenovergestelde uiterste terechtkomen, en dat is even schadelijk als de oude reactie en even gebonden aan je beeld. Dit kan gebeuren omdat je onbewust geen geduld hebt en je zielsgewoonten snel en drastisch wilt corrigeren (dat lukt natuurlijk niet), of omdat je boos bent op jezelf en jezelf en de wereld tart. Deze manier van doen is even verkeerd als je oude patroon; het gebruikt alleen een andere tactiek.

De enige manier om de twee valkuilen te vermijden is:

Rustig en geduldig met het begrip werken dat je verworven hebt, en kalm je tijdelijke onvermogen om anders te reageren aanvaarden, wetend dat langzaam groeien de enig mogelijke manier is.

Bekijk de pas gevonden kennis vanuit verschillende gezichtspunten, en bid en mediteer daarop, op het diepere niveau, niet op het uiterlijke niveau waarop je vroeger werkte.

De schaamte over het gevonden beeld

De lezing wijst op een vreemd maar belangrijk verschijnsel: het gevonden beeld kan bij de persoon in kwestie een diepe schaamte veroorzaken. Objectief hoeft het helemaal niets te zijn om je voor te schamen; je zou je niet hoeven te rechtvaardigen als het openlijk zichtbaar was; en als je het bij anderen zou tegenkomen, zou je zo'n reactie niet terecht vinden.

Voorbeeld: je ontdekt een sterke invloed en afhankelijkheid van een van je ouders. Op zichzelf is daar niets gênants aan — er wordt dagelijks over gesproken. Maar tot nu toe was je je er niet bewust van; je had niet in de gaten hoezeer je door hen beïnvloed werd. Wanneer je dit voor het eerst beseft, voel je een diepe verlegenheid. Zo'n reactie is duidelijk gebaseerd op een beeld.

De kern van die schaamte is het gevoel van afgescheidenheid: je emoties geloven dat jij alleen staat, dat alleen jij zulke gevoelens hebt. Maar als je beseft dat iedereen hier doorheen gaat en dat het een bekend symptoom is, zul je geen acht slaan op je subjectieve en onjuiste emotionele reactie. Alleen dan kun je een scheidsmuur afbreken die jou tot nu toe opsloot in duisternis, eenzaamheid, angst, schuld en valse schaamte. Het vraagt alleen moed om door wat zo schaamtevol lijkt heen te gaan en jezelf te zien zoals je bent. Dat is de enige manier om te ontdekken dat je in een spookwereld van angsten en schaamte hebt geleefd die niets met de werkelijkheid te maken heeft.

Verlangenloosheid als camouflage

Een groot deel van lezing 39 gaat over een onderwerp dat gemakkelijk verkeerd begrepen wordt: verlangenloos leven en het afzien van verlangens. Dit is gevaarlijke stof, want juist iemand die bang is om te leven, te voelen en lief te hebben, kan 'verlangenloosheid' gebruiken als camouflage. De uiterlijke intellectuele kennis uit spiritueel onderricht lijkt deze verkeerde voorstelling van zaken te bevestigen en kan als rationalisatie gebruikt worden.

Iemand met een beeld is erg bang om de wereld, zijn gevoelens en de onvermijdelijke teleurstellingen onder ogen te zien; daarom trekt hij zich terug en gebruikt het woord 'verlangenloosheid' om het in te passen in zijn beeld. Dit is een algemeen verschijnsel. Alleen iemand zonder die angst kan begrijpen wat verlangenloosheid en verzaking van verlangens werkelijk betekent.

De enige manier om werkelijk zonder verlangens te worden, is om oog in oog te komen met je angst om te leven en lief te hebben. Het is van belang om eerst de pijn daarvan te riskeren en te verdragen, in plaats van geforceerd te proberen dit noodzakelijke ontwikkelingsstadium te vermijden.

Alleen nadat je vrijwillig de pijn die verbonden is aan verlangen hebt gevoeld, kun je eraan ontgroeien. Je kunt er niet omheen. Je kunt jezelf niet tot een houding dwingen die je nog niet hebt bereikt; dat zou een leugen, ja zelfs bedrog zijn. Zolang je nog verlangens hebt, moet je dit erkennen en erdoorheen gaan, zodat je er eerlijk aan kunt ontgroeien.

De enige juiste gang van zaken is dat je accepteert dat je nog steeds verlangens hebt en wat hun prijs is. Iemand die weet dat bevrediging van de eigen wil niet het doel van het leven is — evenmin als geluk — maar dat het je gegeven is om zowel van geluk als ongeluk te leren, zal niet toegeven aan de verlangens van het lager zelf. En dan volgt de beroemde zin: alleen wie niet vlucht voor ongelukkig zijn, kan echt gelukkig worden — en alleen wie niet vlucht voor ongelukkig zijn, kan ware verlangenloosheid bereiken.

Vragen uit lezing 39

Vraag: Heeft tijd voor elke ziel een andere betekenis? Nee, objectief blijft een uur een uur, hoe je het ook beleeft. Je eigen indruk is subjectief en heeft geen invloed op het uur dat voorbijgegaan is. In de geestelijke wereld geldt precies het tegenovergestelde: daar is de geestelijke houding objectief, en al het andere — elke maat of waarde — is subjectief.

Vraag: Hoe kun je dieptemeditatie nog dieper benaderen als je een patroon al goed bekeken hebt? Hetzelfde probleem op een dieper niveau benaderen gebeurt automatisch als je iets doorwerkt. Als je het hebt blootgelegd, moet je er met deze nieuwe gegevenheden opnieuw over nadenken, mediteren en bidden. Of je nu dezelfde trekken ontdekt die je je al bewust was, of hele nieuwe reacties en gevoelens tegenkomt — je moet er opnieuw tegenover gaan staan met een verse kijk en een nieuw gevoel. Zulke nieuwe vondsten passen meestal niet in het beeld dat iemand van zichzelf heeft. Het voelt als een zere plek. Om deze vervormde emoties weer heel en gezond te maken, moet je deze nieuwe ontdekkingen benutten.

Vraag: Is egoïstisch bidden verkeerd? Dat hangt af van hoe je bidt en wat je motieven zijn. Van geen enkel gedrag kun je zeggen dat het in zichzelf egoïstisch is; het gaat om je motieven. Als je om dingen bidt omdat je ze wilt hebben omdat het aangenaam is en verder niets, dan is dat egoïstisch gebed — en bovendien zal het niets uitrichten. Alleen een zuivere geestelijke kracht die uit je ziel naar boven komt, heeft effect. Het gelijke trekt het gelijke aan, en die wet kan niet veranderd worden. Een onware gedachte kan zich niet verbinden met de ware krachten in de kosmos.

Het is zeker niet egoïstisch om te bidden voor de wil om zonder vrees en in waarheid naar jezelf te kijken, om andere mensen het goede toe te wensen, om te bidden voor degenen die jou kwaad hebben gedaan, of om kracht en inzicht te bidden om je eigen lafheid en weerstanden te overwinnen. En: alleen wie gelukkig is, kan anderen gelukkig maken. Beschouw geluk als een bijverschijnsel, als een middel tot een doel, niet als doel op zich. God wil dat je gelukkig bent. Het is een eeuwenoude misvatting dat goddelijk zijn betekent dat je ongelukkig en streng moet zijn — dat is het beeld van het martelaarschap, dat bij alle mensen is ingegrift. Je hoeft je niet schuldig te voelen als je gelukkiger wordt.

Vraag: Waarom is het zo moeilijk om alleen al te beginnen met bidden? Je ontwikkeling gaat niet in een rechte lijn omhoog, maar spiraalsgewijs op en neer. In een dalende beweging kom je conflicten, problemen en tegenstrijdigheden tegen die je nog niet hebt opgelost; ze verstoren je rust en maken je angstig tot je ze zorgvuldig hebt uitgewerkt en begrepen. Zodra dat gebeurd is, begint de opgaande beweging. In de dalende beweging word je van de goddelijke stroom afgesneden, en dat is half waar en daarom gevaarlijk: de nare ervaringen zijn een afspiegeling en een noodzakelijk gevolg van de oorzaak in jezelf die klaarligt om uitgegraven te worden. Je kunt Gods absolute waarheid niet forceren met je wil. Wat je in perioden van tijdelijke duisternis wel kunt en moet doen, is eerlijk en precies over je bevindingen nadenken in het licht van wat je nu weet.


Je kunt de 4 delen samen hier in één document lezen.


Infographic

Beelden 2-4 de onbewuste conclusies die ons leven bepalen


Dia-presentatie