Wegwijzer

Beelden #1/4: de onbewuste conclusies die ons leven bepalen

Leestijd: 15 min


Vier lezingen uit het Padwerk uitgelegd

In het najaar van 1958 gaf de geesteswereld via het medium Eva Pierrakos een reeks van vier opeenvolgende lezingen over één onderwerp: beelden. Het zijn de lezingen 38 tot en met 41 van het Padwerk, gehouden op 24 oktober, 7 november, 21 november en 5 december 1958. Samen vormen ze een van de hoekstenen van deze leer: een uitvoerige uitleg van wat beelden zijn, hoe je ze kunt vinden, hoe je ze kunt doorbreken en welke schade ze aanrichten.

Dit artikel is deel 1 van 4 en legt de begrippen van de eerste lezing uit, lezing 38. De vier lezingen bouwen op elkaar:


Deel 1 — Lezing 38: Wat is een beeld?

Waarom wilskracht niet genoeg is

De aanleiding van de hele reeks is een probleem dat iedereen op het spirituele pad herkent. Je begint je fouten te herkennen, je bent echt van plan ze te overwinnen, en misschien lukt dat ook tot op zekere hoogte. Maar op een gegeven moment stuit je op fouten en verkeerde houdingen die je maar niet kunt veranderen, hoe hard je ook je best doet. Je gebruikt al je wilskracht, en het werkt niet. Je raakt ontmoedigd en bent geneigd alles op te geven en tegen jezelf te zeggen dat het allemaal zinloos is. En daarin schuilt de ernstigste vergissing.

De kern van de boodschap is: wilskracht alleen is onvoldoende. Het onvermogen om bepaalde veranderingen te bewerkstelligen heeft een oorzaak die je niet kent. Die oorzaak moet eerst worden opgespoord, en dat is precies wat de lezingen over beelden doen.

De definitie van een beeld

Elke persoonlijkheid doet tijdens zijn leven, gewoonlijk zelfs al in de vroegste jeugd, bepaalde indrukken op. Die indrukken ontstaan door factoren en invloeden vanuit de omgeving, of door plotselinge, onverwachte ervaringen. Uit die indrukken trekt de persoonlijkheid conclusies. En meestal zijn dat verkeerde conclusies.

Zo werkt het: je ziet of ervaart iets ongelukkigs, een van de onvermijdelijke moeilijkheden van het leven, en dan generaliseer je op grond van die gebeurtenissen. Zo vorm je vooropgezette denkbeelden. Die conclusies, die soms al in de babytijd gevormd kunnen worden, zijn niet doordacht. Het zijn eerder emotionele reacties, algemene houdingen tegenover het leven. Ze zijn niet helemaal zonder logica, maar het is een logica van een heel beperkte en foutieve soort.

In de loop der jaren zinken deze conclusies en houdingen steeds dieper in het onbewuste. Toch vormen ze tot op zekere hoogte het leven van de persoon in kwestie, zonder dat die persoon het weet.

Zo'n verkeerde conclusie noemt het Padwerk een beeld. De term is niet willekeurig gekozen: de geesteswereld ziet het hele denkproces namelijk als een geestelijke vorm, als een beeld in de ziel.

Statisch versus dynamisch: het verschil tussen gezonde en verkeerde gedachten

Een veelgestelde vraag is of iemand ook een positief, gezond beeld in zijn ziel kan hebben. Dat is maar tot op zekere hoogte waar. Waar geen verkeerd beeld is gemaakt, zijn alle gedachten en gevoelens dynamisch en ontspannen: ze fluctueren, ze zijn flexibel.

Het hele universum is doordrongen van goddelijke krachten, stromingen en impulsen.

Gedachten, gevoelens en houdingen die niet aan een beeld zijn gebonden, stromen in harmonie met deze goddelijke krachten, passen zich spontaan aan de onmiddellijke behoefte aan en veranderen mee met de noden van het ogenblik.

De gedachte- en gevoelsvormen die uit verkeerde beelden ontspringen, daarentegen, zijn statisch en samengeklonterd. Ze geven niet mee met de omstandigheden en scheppen daardoor chaos. De zuivere stromingen in een mensenziel raken verstoord en misvormd. Je zou kunnen zeggen dat er kortsluiting is gemaakt. Dat is de kern: een beeld is een verstijving, een starre vorm in de anders vloeiende ziel.

Hoe je een beeld ervaart

Je ervaart beelden niet als een vorm in je ziel, maar als ongelukkige en angstige gevoelens, en als verwarring over vele schijnbaar onverklaarbare dingen in je leven. Twee voorbeelden die de lezing noemt:

De verkeerde conclusies waaruit een beeld bestaat, worden getrokken uit onwetendheid en halve kennis. Juist daarom kunnen ze niet in het bewustzijn blijven. Wanneer de persoonlijkheid opgroeit, raakt de verstandelijke kennis in tegenspraak met de emotionele 'kennis'. Je verdringt de emotionele kennis zo ver dat ze uit het zicht van het bewustzijn verdwijnt. En hoe meer de emotionele kennis verborgen is, hoe krachtiger ze wordt. Dat is een wet die in het Padwerk vaak wordt herhaald.

De aanwijzingen dat er een beeld in je is

Hoe kun je er zeker van zijn dat zo'n beeld in je aanwezig is? De lezing noemt twee belangrijke aanwijzingen.

Ten eerste: het feit dat je bepaalde fouten niet kunt overwinnen, hoezeer je dat ook wilt en hoezeer je ook hebt ingezien dat ze verkeerd zijn. De verklaring is verrassend: mensen houden van een aantal van hun fouten. Waarom? Omdat bepaalde fouten volgens het beeld een verdedigingsmaatregel of bescherming lijken. Dit is onbewust geredeneerd. De bewuste poging om de fout te overwinnen blijft vruchteloos, omdat de wortels onbewust zijn en het hele innerlijke redenatieproces verborgen blijft voor het verstand. Dat blijft zo tot het beeld herkend is.

Ten tweede: de herhaling van bepaalde voorvallen in je leven. Een beeld vormt altijd een patroon: een patroon van gedrag, van reacties op bepaalde voorvallen, en ook van uiterlijke gebeurtenissen die iemand lijken te overkomen zonder dat hij er ook maar enig aandeel in lijkt te hebben.

Daar komt iets belangwekkends bij. Iemand kan bewust iets vurig verlangen dat juist het tegenovergestelde is van wat het beeld wil. Maar dit bewuste verlangen is het zwakste van de twee, omdat het onbewuste altijd sterker is. De persoon beseft niet dat zijn onbewuste houding juist de wens belemmert die hij bewust heeft. De prijs van deze onbewuste pseudo-bescherming is dat het gewettigde verlangen verijdeld wordt.

En dan is er nog het magnetische aspect: door dergelijke beelden kunnen uiterlijke gebeurtenissen als door een magneet worden aangetrokken. Bepaalde mensen die je in je leven tegenkomt, bepaalde voorvallen. Dit is moeilijk waar te nemen, maar het is zo. Het beeld trekt de gebeurtenissen naar je toe, even onvermijdelijk als op aarde de nacht op de dag volgt. Het werkt als een chemische wet, als de wet van de zwaartekracht.

De oorsprong van beelden ligt vaak in vorige levens

De meeste psychologen hebben dit verschijnsel als een feit herkend. Maar wat zij vaak niet weten, is dat de oorsprong van deze beelden zelden in dit leven ligt, hoe vroeg ze ook gevormd zijn. Meestal is een beeld oud en van het ene leven naar het andere overgedragen (in de esoterie spreekt men hier van skandha's: de overgedragen eigenschappen en residuen uit vorige levens). Daarom kunnen voorvallen die bij een kind zonder conflict geen beeld doen vormen, wél een beeld doen vormen bij een entiteit die dat conflict of beeld in dit leven heeft meegebracht.

Het essentiële punt is het beeld te vinden, en daarbij te ontdekken hoe het in het huidige leven gevormd is, zodat het op een goede manier kan worden opgelost. Toch kan het in bepaalde gevallen zeer nuttig zijn wanneer de persoon de volledige feiten kent: alleen al de kennis van het principe dat iets uit een vorig leven meegebracht wordt, kan een grote hulp zijn.

Reïncarnatie en de incarnatieomgeving

De lezing verwijst naar een eerdere lezing over de voorbereiding op reïncarnatie. Wanneer een entiteit op een nieuw leven wordt voorbereid, worden plannen gemaakt in overeenstemming met vorige levens en met wat in de volgende incarnatie bereikt moet worden. De fijnstoffelijke lichamen worden voorbereid, en de conflicten worden zodanig gerangschikt dat de problemen erdoor aan de oppervlakte kunnen komen.

Wanneer er beelden uit vorige levens bestaan, vindt de incarnatie plaats in een omgeving waar deze beelden zeker geprikkeld zullen worden, misschien vanwege gelijksoortige beelden bij de ouders of bij anderen in de omgeving van het opgroeiende kind. Alleen op die manier brengt het beeld het probleem naar buiten. En alleen als het een probleem wordt, zal iemand er aandacht aan besteden in plaats van het te negeren.

Wie het probleem blijft negeren, maakt het zichzelf moeilijker: de omstandigheden in het volgende leven op aarde zullen veel moeilijker zijn, totdat het conflict zo overweldigend wordt dat men niet meer de schuld aan factoren van buitenaf kan geven. Op dat moment keert iemand zich om en richt de aandacht naar binnen.

Het voorbeeld van het kind en het bad

De lezing geeft een eenvoudig, bijna kinderlijk voorbeeld om het mechanisme te verduidelijken. Een klein kind gaat in bad; het water is veel te heet en het kind doet zich pijn. Het kind kan dan tot de conclusie komen dat het gevaarlijk is om in bad te gaan, en zal dat voortaan vermijden als het kan. Daaruit komen conflicten voort: zijn ouders dwingen hem in bad te gaan, en telkens wanneer dit gebeurt, maakt hij onnodig veel lijden mee. Later in zijn leven komen er andere conflicten uit voort. Hij blijft aan de innerlijke conclusie vasthouden — hoewel het redenatieproces niet meer bewust is — of hij vindt er misschien een rationelere verklaring voor. Zo ontwikkelt hij bepaalde symptomen rond het baden die hij niet kan verklaren.

Het voorbeeld is primitief, maar het laat zien wat er in het algemeen gebeurt wanneer een beeld gevormd wordt. Meestal gaat het om veel subtielere en gecompliceerdere emotionele reacties. Wat belangrijk is: je bent je allang niet meer bewust van de oorspronkelijke redenering achter dergelijke conclusies. Als iemand je met de feiten uit je eigen ziel zou confronteren, zou je erom lachen en zeggen dat het absoluut niet waar is.

De kettingreactie

Een beeld is nooit een op zichzelf staand iets. Uit de oorspronkelijke indruk vloeit een kettingreactie voort: gevolgen en moeilijkheden die voor het onbewuste nog moeilijker te begrijpen zijn, omdat het er vast van overtuigd was dat juist het vermijden van bepaalde acties en reacties een bescherming zou zijn tegen de kwellingen van het leven. De bescherming die je zocht, blijkt juist de bron van de kwelling te zijn. Daar draait het helemaal om.

Hoe je je persoonlijke beelden kunt vinden

De lezing geeft een zeer concrete methode. Eerst een belangrijk onderscheid: je kunt beelden niet vinden door aan de symptomen te werken, wat die ook mogen zijn, maar wel door met de symptomen te werken. De symptomen zijn:

Hoe harder je probeert de symptomen uit de weg te ruimen zonder de wortels en de oorsprong te begrijpen, hoe meer je jezelf uitput in nutteloze inspanning. De symptomen zijn slechts één deel van de prijs die je betaalt voor je verkeerde en onnozele innerlijke conclusies.

De manier om te beginnen, en het valt lichter dan het klinkt

Als dit als een enorme opgave klinkt, je problemen opsporen, opschrijven en er dan nog een gemeenschappelijke noemer in zoeken, weet dan dat het een proces is, geen examen. Er is geen deadline, niemand kijkt je op de vingers, en je hoeft niet in één keer 'klaar' te zijn. Het gaat erom dat je ergens begint, klein en zonder druk.

Een voorbeeld maakt dit concreet. Stel dat je merkt dat je steeds in dezelfde soort relaties of vriendschappen terechtkomt: telkens voel je je uiteindelijk niet goed genoeg, of telkens trekt de ander zich terug. Dat ene terugkerende patroon (en niet honderd problemen tegelijk) is je startpunt. Je schrijft op wanneer je het voor het eerst herkent en hoe je er telkens op reageert: harder je best doen, je terugtrekken, je afgewezen voelen. Na een tijdje zie je de rode draad: telkens wanneer je iets van een ander nodig hebt, verwacht je al bij voorbaat teleurgesteld te worden. Die verwachting is de gemeenschappelijke noemer, en daarmee sta je aan de deur van het beeld.

  1. Kies één terugkerend probleem. Ga in gedachten terug in je leven en probeer niet alles tegelijk te overzien. Kies één iets dat steeds terugkomt: een situatie die zich herhaalt, een irritatie die telkens opspeelt, een gevoel dat je niet goed kunt thuisbrengen. Dat ene onderwerp is al meer dan genoeg om mee te starten; de rest volgt vanzelf.

  2. Schrijf het op. Zwart op wit, beknopt, in een paar regels. Waarom schrijven? Omdat wat je alleen maar in gedachten ronddraait vaag blijft en zich niet laat vergelijken. Zodra het op papier staat, zie je verbanden die je eerder miste. Het hoeft beslist niet in één dag, je mag er gerust weken of maanden over doen, een stukje per keer. Beter langzaam en vol te houden dan nooit te beginnen.

  3. Zoek daarna de gemeenschappelijke draad. Terwijl je je grote en kleine problemen overdenkt (ook de meest onzinnige en onbetekenende) ga je vanzelf een rode draad zien: een gemeenschappelijke noemer. Meestal vind je er één, soms meer. Het is geen puzzel die je in één keer moet leggen, maar een patroon dat je gaandeweg ontdekt.

Belangrijke kanttekening: het is mogelijk dat een probleem slechts één keer in je leven voorkomt, onafhankelijk van een beeld. Dat probleem is dan nog steeds gebaseerd op oorzaak en gevolg, maar hoeft geen verband te houden met je beeld. Maar wees voorzichtig: schuif een gebeurtenis niet te snel opzij omdat het op het eerste gezicht niets met je beeld te maken lijkt te hebben. Waarschijnlijk zijn alle onprettige ervaringen te wijten aan je beeld of houden ze er althans in de verte verband mee.

De gemeenschappelijke noemer is trots

In meditatie, in serieus zelfonderzoek, door je emotionele reacties in verleden en heden na te gaan en met behulp van gebed zul je uiteindelijk (na lang en intens zoeken) ontdekken wat de gemeenschappelijke noemer is. En die is: trots. Uit eigenzinnigheid zegt iets in je: 'Ik wil het risico van het leven niet, ik wil de pijn van het leven niet; daarom trek ik deze conclusie die mij ertegen lijkt te beschermen.'

Maar dat is geen bescherming. Het bezorgt je in feite oneindig veel meer problemen, juist de problemen die je probeert te ontlopen. Want je kunt het leven niet misleiden. Dit noemt de lezing de genadige wet van God: als het anders lag, zou je nooit uit het ongeluk en de duisternis van de lagere sferen kunnen komen.

Belangrijk: de gemeenschappelijke noemer zelf is nog niet de sleutel tot het beeld. Het is een sterke aanwijzing, maar het opent geenszins de deur naar het volledig begrijpen van je hele leven. Om bij het beeld zelf te komen, bij alle dwaalwegen waarop het gevormd werd en de processen van je reactie toen je het vormde, zul je je onderbewuste grondiger moeten onderzoeken.

Je kunt het niet alleen

De lezing is hier duidelijk: je kunt het niet alleen doen; dat is onmogelijk. Maar als je een begin maakt zoals aanbevolen, om innerlijke leiding bidt, en je bereid bent je trots te overwinnen zodat je open kunt zijn met een andere persoon die door de geesteswereld is uitgekozen om je te helpen, dan zal God je leiden en tot verdere overwinning brengen. Iemand die voortdurend tegenzin heeft tegen het werken met een ander, moet wel nederigheid missen, en er is misschien ook angst om de beelden onder ogen te zien.

Weerstand hoort bij het beeld

Laat je niet ontmoedigen door je eigen weerstand. Want die weerstand is even verkeerd, onwetend en kortzichtig als het beeld zelf. In feite heeft juist datgene wat je doet verzetten het beeld geschapen. Zonder dat je het weet, heeft het je veel ellende bezorgd en zal het dit blijven doen, en werkt het je bewuste wensen tegen. Het is er de oorzaak van dat je verliest waar je recht op hebt — of het nooit krijgt.

De verantwoordelijkheid ligt bij jou

Hier komt de zwaarste uitspraak van de lezing:

Dit beeld is de factor in je leven die verantwoordelijk is voor al je ongelukkig-zijn. Niemand anders is er verantwoordelijk voor, alleen jijzelf.

Toen je het beeld vormde, wist je inderdaad niet beter, maar nu wel. Daarom heb je nu de mogelijkheid om de bron van je ongeluk uit de weg te ruimen. En zeg niet: 'Hoe kan ik nou verantwoordelijk zijn voor het feit dat andere mensen zich steeds maar weer op een bepaalde manier tegenover mij gedragen?' Het is je beeld dat deze gebeurtenissen naar je toe trekt, even onvermijdelijk als de nacht op de dag volgt. De delen van je reacties die samen het beeld vormen, beïnvloeden de universele stromen die je persoonlijke sfeer binnenkomen zodanig dat het bepaalde effecten moet hebben, als gevolg van de oorzaken die je aldus op gang hebt gebracht.

De prijs van vrijheid

Als je niet de moed hebt om in je onderbewuste te graven, om je beeld onder ogen te zien, om het op te lossen en zo een werkelijk nieuw mens van jezelf te maken, zul je nooit vrij zijn in dit leven; je zult altijd geketend en gebonden zijn. De prijs voor de vrijheid is je moed en nederigheid om dingen onder ogen te zien. Wanneer je alle nodige stappen gezet hebt, is de vrijheid die je verworven hebt zo'n vreugde dat, wat er ook buiten jezelf gebeurt, niets je geluk kan aantasten.

Onopgeloste beelden en de wet van karma

Beelden die je niet in dit leven oplost, zul je in een toekomstig leven moeten oplossen. Dit is geen dreigement, maar een logische consequentie. Hoe sneller je je beelden uit eigen beweging vindt (en niet omdat het leven je te veel geworden is) hoe gemakkelijker het is.

De wet van oorzaak en gevolg (karma) heeft een genadig aspect: elke entiteit krijgt altijd de kans om zijn problemen, conflicten en disharmonieën in zo gemakkelijk mogelijke omstandigheden op te lossen.

Wanneer daar niet genoeg moed en wilskracht voor opgebracht wordt, moet het volgende leven noodzakelijkerwijs iets moeilijker zijn. En zo volgen levens elkaar op in toenemende mate van moeilijkheid, totdat je het wel onder ogen moet zien in plaats van het te ontvluchten.

De lezing suggereert zelfs een nuttige oefening: mediteer niet zozeer over je vorige incarnaties (waar mensen altijd nieuwsgierig naar zijn) maar probeer je voor te stellen wat je volgende incarnatie zou kunnen zijn. Door je beeld te vinden kun je je misschien een nauwkeurig idee vormen over wat je nog moet vervullen.

Beproevingen en de genadige wet

De lezing behandelt een controversieel onderwerp: de beproevingen van het leven. De ene denkrichting zegt dat God niet op de proef stelt, God is liefde, dus waarom zou Hij willen dat wij ongelukkig zijn? Een andere denkrichting zegt dat beproevingen noodzakelijk zijn en daarom Gods wil zijn, en dat we ze nederig moeten aanvaarden. Beide opvattingen zijn deels waar. De volledige waarheid ligt in het midden, of liever in een uitbreiding van beide:

God heeft volmaakte wetten gemaakt en God heeft zijn kinderen een vrije wil gegeven. Als de wetten met deze vrije wil niet zouden kunnen worden overtreden, zou er geen vrije wil bestaan. En de volmaaktheid van de wet is daarin gelegen dat het gevolg van het schenden van de wet op termijn de remedie (die in de wet is vervat) in zich draagt.

Hoe meer je deze wetten bewust of onbewust verdraait, des te meer gaan ze tegen jouw belangen in, totdat je een punt bereikt waarop je ze niet verder kunt verdraaien en van richting moet veranderen. Alleen in God ligt oneindigheid; inbreuk op iets goddelijks moet noodzakelijkerwijs eindig zijn. Daarom kun je niet eindeloos van de wet afwijken: je schending bereikt uiteindelijk een punt waarop automatisch een omkering plaatsvindt en je je weer voor het goede gaat inzetten.

Geduld en nederigheid

Het hoogste en beste dat je kunt doen bij een beproeving is: naast het aanvaarden ervan, ook naar je eigen beelden zoeken. Je eigen onderbewuste verkeerde conclusies zijn direct verantwoordelijk voor de beproevingen die je op een bepaald moment ervaart.

Om de beelden te vinden moet je geduld met jezelf hebben, want het is absoluut onmogelijk een beeld in korte tijd te vinden, te begrijpen en op te lossen. Het is een lang, uitgesponnen proces. En zelfs als je het eenmaal begrepen hebt, vraagt de heropvoeding van emotionele onderstromen en reacties die lang in één richting geconditioneerd zijn geweest, tijd, geduld en inzet. Daarom zijn geduld en nederigheid absoluut noodzakelijk.

Je dient een ontspannen geestesgesteldheid te hebben, en je kunt alleen in zo'n gemoedstoestand verkeren als je de lange duur van je onderzoek begrijpt en accepteert, en als je je onvermogen om snel volmaakt te worden, en dus tijdelijk ongelukkig te zijn, nederig accepteert.

Zuivering is geen koopje

Zuivering kun je niet op een koopje krijgen. Het zou een koopje zijn als het alleen een lijst van fouten en pogingen om ze te overwinnen behelsde. Zuivering is meer dan dat: je kunt jezelf niet zuiveren of gezuiverd worden als je niet je eigen onderbewuste begrijpt en onder controle hebt. En dat moet wel een lange reis zijn. Toch zul je hulp ontvangen als je bereid bent het te doen.

Vragen uit lezing 38

Vraag: Worden de batterijen van wilskracht en moed opgeladen door gebed? Ja, zeker. Als je in het bijzonder om wilskracht en moed voor een goed doel bidt, zal het gebed absoluut verhoord worden. Daarom is het enorm belangrijk om te weten waar je om bidt in elke fase van je ontwikkeling. Je weet vaak niet zeker waar je het meeste behoefte aan hebt. Zoals Jezus zei: 'Klopt en U zal worden opengedaan', het kloppen wijst erop dat je voldoende wakker en geïnteresseerd bent om uit te zoeken wat je in de verschillende stadia van je pad het meeste nodig hebt.

Vraag: Zijn al onze beperkingen een gevolg van een beeld? De meeste, maar niet allemaal. Je hebt beperkingen zolang je in de incarnatiecyclus verkeert en zolang je de goddelijke staat niet bereikt hebt; je kunt geen universeel genie zijn. Die beperkingen in bredere zin hebben niets met een beeld te maken. Maar als er beperkingen zijn in de zin dat je een talent hebt en er niet voldoende gebruik van kunt maken, of er met een muur op botst, dan heeft dat beslist met je beeld te maken.


Lees het spiekbriefje van lezing 38.

Je kunt de 4 delen samen in één document lezen.


Infographic

Beelden 1-4 de onbewuste conclusies die ons leven bepalen


Dia-presentatie